Te voet door Vlaanderen 

Nog tijdens onze wandeling van noord naar zuid door de Benelux (Pieterburen NL – Mondorff les Bains F) ontstond het idee om ook van west naar oost te lopen. We zijn benieuwd of de wisseling van landschap en cultuur die je al lopend van noord naar zuid ervaart op soortgelijke wijze ervaren wordt als je van west naar oost loopt. Anders dan bij de noord – zuid route ligt er niet direct één lange afstand wandelroute voor de hand. Van noord naar zuid loop je via het Pieterpad. En op de Sint Pietersberg gaat deze route naadloos over in de GR 5.

Een dergelijke vanzelfsprekendheid is er niet van west naar oost. Waar moet je beginnen en waar kun je eindigen? We kiezen ervoor om in het westen in Oostende aan de Noordzee te beginnen. Het beginpunt van de “GR 5 A noord”. De GR 5 A noord kronkelt sterk en dat verdraagt zich op voorhand niet met onze ideeën om mooi en doelgericht met elkaar te combineren. Het is onze ervaring dat kronkels niet erg best zijn voor de motivatie als je al een stuk gelopen hebt.

 1e etappe: strandwandeling

Het station van Oostende vormt het beginpunt van de 2e megawandeling door België en Nederland. Het station is gemakkelijk te bereiken, zodat reisdag en wandeldag gemakkelijk te combineren zijn. We wandelen aan de hand van een oud wandelboekje (uit 1987) dat de wandeling in omgekeerde volgorde beschrijft. Dat geeft geen enkel probleem, want de kaartjes en de markering in het veld zijn duidelijk genoeg. Vandaag is het helemaal simpel, omdat we grotendeels over het strand lopen. Daarbij is het perfect weer voor een strandwandeling. Met blote voeten langs de vloedlijn. Af en toe wijken we wat van het strand af. Onder andere bij De Haan om de niet-Belgische dorpsbouw te bekijken. Ook lopen we een stukje door de duinen. Voor Wenduine slaat de route naar het oosten af. Wij hebben nog voldoende pit en lopen over het strand door naar Blankenberge. Vlak voor we daar aankomen en de huizen van Blankenberge bij wijze van spreken al aanraken kunnen, blijkt er nog een grote havenkom te liggen waar we helemaal om heen moeten lopen. Dat zijn zo van die dingen. Blankenberge blijkt erg toeristisch te zijn met ruim voldoende hotels en restaurants. En wat opvalt: de mooie trappen vanuit het stadje naar de zeedijk.

 2e etappe: Door de polders

Het stukje van Blankenberge naar Wenduine gaan we met de kusttram terug. De kusttram ziet er professioneel en chick uit, maar wat een hobbelding! Het landschap achter de kust is leeg en doet ons wat noord Gronings aan. Wel zijn er meer onverharde paden en dat loopt lekker. Vlak voor Meetkerke verliezen we de markering uit het oog. Dat betekent omlopen. Het kan niet anders dan dat een boer jaren geleden het onverharde wandelpad omgeploegd heeft en bij zijn land getrokken heeft. Onmogelijk om door te lopen. Jammer dat kleinschalige landschappelijke elementen zoals dit wandelpad verdwijnen. Meetkerke blijkt een aardig dorpje te zijn. Klein, maar met café – restaurant. Daarna langs een natuurreservaat, over een mooie laan met populieren. Deze bomen verliezen al hun bladeren. Na de zomer van gisteren is het vandaag ineens herfst. Bij Nieuwwegebrug zijn we het gekronkel zat en besluiten we op eigen kronkelwijze naar Brugge te lopen. Dat lukt goed en onderweg leren we dat okkernoten eigenlijk walnoten zijn. In Brugge is het erg druk. Dat mag ook wel, want Brugge is een erg mooie stad. Dit jaar bovendien de culturele hoofdstad van Europa. En daarnaast liggen markt en burg onder een bloementapijt. We lopen ons te pletter op zoek naar een hotel. Uiteindelijk slagen we bij de jeugdherberg die net buiten het centrum gelegen is.

 3e etappe: het verzande Zwin

Een wandeldag waar de historie van af druipt. Brugge is natuurlijk al een soort openlucht museum. Maar ook de route naar het noorden is zeer historisch. We leren van alles over het Zwin. Over Brugge, dat nooit een open verbinding naar zee had, maar er wel heel dicht bij is geweest. Het Zwin, dat nog altijd tussen Knokke en Cadzand in zee uit komt liep vroeger tot bijna aan Brugge. Ongeveer tot Damme, het stadje waar Tijl Uilenspiegel vandaag komt. Damme is onaangetast door de tijd. Je krijgt hier een goed idee van oude stadsverdedigingswerken. Buiten de oude, deels verzande, grachten is het nog gewoon open. De kerk ligt binnen de stadswallen, maar ook aan de rand van de stad. Tussen Damme en Oostkerke lopen we op een oude zeedijk (of moet ik zeggen “zwindijk”). We lopen langs het kanaal van Brugge naar Sluis. Nog door Napoleon gegraven. Maar omdat Napoleon uiteindelijk verslagen is, stokte de aanleg van het kanaal en is niet de zee, maar Sluis het eindpunt geworden. Nu is het een kanaal van niks naar nergens. Maar wel mooi. Oostkerke is een wit dorpje. Ook hier, net zoals in alle dorpjes is het café open. Alleen koffie met appeltaart kennen ze hier niet. Wel bier met friet. Na Hoeke en het zelfbedieningspontje “Kobus” komen we uit in het overvolle Sluis. Het zit hier vol met Belgen. Om nog meer van België te zien, besluiten we niet in Sluis, maar in Gent te overnachten.

4e etappe: Op de grens van Zeeuws en West Vlaanderen

Ons pad valt nu samen met het Nederlandse Grenslandpad (LAW 11). Dat betekent een mooi routeboekje. En een mooie wandeling, langs de grens. Vandaag echt dwars door de weilanden, vol paarden en koeien. Niet goed voor het tempo, maar wel erg leuk. Hoewel Nederland en België in 1834 van elkaar gescheiden zijn, is de grens geen “harde grens”. Bomenrijen in het landschap lopen regelmatig gewoon door. De grens is op wat grenspalen na vaak ook heel moeilijk te zien. De grens lijkt een toevallig verloop te kennen. In Middelburg (B) stuiten we op het eerste gesloten café. Maandag = rustdag. Middelburg is gesticht op grond van de abdij van Middelburg (NL). Geen toevallige naamsovereenkomst dus. Ook staat er een zeer grote oude kerk. Dat zal ook wel niet toevallig zijn. Na Middelburg dwars door maïsvelden naar Eede. De maïs staat manshoog en de paden zijn smal. We lopen dus met handen voor de ogen. In Eede overschrijden we de grens. Net zoals Koningin Wilhelmina in september 1944 deed. Alleen waren er toen wat meer mensen op de been.

 5e etappe: het Leopoldkanaal

Weinig gekronkel vandaag. De gewenste balans tussen mooi en doelgericht valt vandaag uit in het voordeel van doelgericht. Grote stukken van deze dagwandeling lopen langs het lange Leopoldkanaal. Een kanaal waar we nog nooit van gehoord hadden, maar wat we nooit meer zullen vergeten. Het kanaal is behalve erg lang, vrij diep en recht. Aan weerszijden ligt een weg (soms verhard met beton, soms onverhard), waarop slechts verkeer van aangelanden mogelijk is mits zij in bezit zijn van een vergunning. Aan weerszijden van beide wegen staat een rij populieren. Een bord wijst er op dat in 1944 het oversteken van het Leopoldkanaal voor de Canadese troepen bepaald geen makkie was. De oude baileybrug ligt er nog. De aanwezige kreken in dit gebied zorgen voor de hoogstnoodzakelijke afwisseling. Alleen maar Leopoldkanaal is immers een beetje saai. Het enige dorp dat wij vandaag tegenkomen is Boekhoute, tevens eindpunt van de dagetappe. Waar alle natuur die we vandaag gezien hebben net zo goed in Nederland had kunnen zijn, laat Boekhoute je beseffen dat je echt in België bent. Ondanks zelfde munt en zelfde taal.

 6e etappe: De Oostenrijkse grens

Kreken Boekhoute – Rode Sluis, vrijdag 14 maart 2003, 26 km

De roodwitte markering, die na Boekhoute erg vaag is, brengt ons naar de Doornendijk. Deze dijk heeft zijn naam niet voor niets gekregen: de begroeiing is soms zeer dicht. In de zomer is dit pad niet of nauwelijks te bewandelen. Dat dit ook niet de bedoeling is blijkt aan het einde van de dijk. De Doornendijk is aan die kant afgesloten met een hek en prikkeldraad. De route is omgelegd. Een bord vermeld dat de sleutel eventueel te bekomen is bij Sjefke. Wie Sjefke is of waar hij woont vermeld het bordje niet. We zijn blij dat het hek niet aan de andere kant van de dijk stond, want deze dijk, met uitzicht op een kreek vol vogels, is een van de mooiste stukken van de route tot nu toe. Sas van Gent is het volgende “hoogtepunt” van de dag. Hoogtepunt tussen aanhalingstekens. Het plaatsje heeft om de een of andere reden een zekere naamsbekendheid, maar tegelijkertijd kun je je in Nederland nauwelijks een geïsoleerder oord dan Sas van Gent voorstellen. In het café, waar we warme chocolademelk nemen, is de Westerscheldetunnel die vandaag officieel geopend wordt, het gesprek van de dag. Wellicht dat deze tunnel Sas van Gent uit zijn isolement haalt. Na Sas van Gent missen we de markering opnieuw. Hierdoor lopen we niet pal langs de Canisvlietse Kreek, maar langs het brede kanaal van Gent naar Terneuzen. Een kilometer of 10 na Sas van Gent ligt het grensplaatsje Overslag. Dit plaatsje is al eeuwenlang een grensplaats. Hier werden goederen overgeslagen. Bijzonder is dat er nog Oostenrijkse grenspalen staan. Deze dateren uit de tijd dat België in de 18e eeuw onder Oostenrijks gezag stond. Na Overslag moeten we nog even doorlopen naar het gehucht Rode Sluis. Hier staan onze fietsen en er is een café. Even tijd voor een lekker Belgisch biertje voor we terug fietsen naar Boekhoute.

De laatste drie etappes lijken veel op elkaar en ook voor de volgende etappe verwachten we wederom hetzelfde landschap: veel ruimte, veel klei, veel vogels, veel kreken en weinig bebouwing. We zullen zien.

 7e etappe: Spaanse Forten

Vanaf Rode Sluis volgt het pad een fortenlinie, die in de strijd tussen de Staatse en Spaanse troepen (van de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden) een rol heeft gespeeld. Dit geeft de wandeling van vandaag een extra accent. De forten en de dijken die deze forten onderling verbinden zijn goed in het landschap herkenbaar gebleven. Het gaat hier om spul dat ongeveer 400 jaar oud moet zijn. Onderweg speculeren we of de dijken vooral een verdedigingsfunctie hadden, of toch vooral als zeewering hebben gediend. Het grenslandpad - boekje geeft uitkomst: Het ging om beide functies. In tijden van oorlog werd het tussenliggende gebied onder water gezet en in tijden van vrede werd de boel weer drooggemaakt. Na ongeveer 6 forten en 21 kilometer verder komen we in Hulst aan. Volgens eigen zeggen de meest Vlaamse stad van Nederland. De Vlaamse vlag wappert in Hulst fier naast de Nederlandse en de stad heeft een Vlaams gezellige uitstraling. We lopen nog 5 kilometer door naar Kapellebrug aan de Belgische grens. Tot onze verrassing komen we ineens in de bossen terecht. Naast loofbossen gaat het ook om echte naaldbossen op zandgrond kompleet met planten zoals brem. Als we met de auto de fietsen weer op gaan halen die nog in Rode Sluis staan, valt ons op dat het cultuurlandschap aan beide zijden van de grens sterk verschilt. In België is sprake van lintbebouwing en ontbreken doorkijkjes. In Nederland is de bebouwing geconcentreerd in een beperkt aantal dorpen en is ruimte, ruimte en nog eens ruimte.

8e etappe: O.L.V. van Gaverland

Paal - Melsele, vrijdag 13 februari 2004, 24 km

Na 9 maanden parkeren we onze auto weer aan de grens bij Paal. Het is weer hoog tijd om verder te gaan. Ons oog valt op een oude provincie paal uit de periode 1815-1830. Hier ontmoetten de Nederlandse provincies Flandre Oriental en Zeeland elkaar. Anno 2004 loopt dit de vervaagde grens tussen België en Nederland. Nog steeds grenzen hier de provincies Oost Vlaanderen en Zeeland aan elkaar. In de bossen wel te verstaan.

De wandeling begint met vrolijk hondengeblaf. Hier lijkt iedere Belg een hond te hebben. Zodra we na een paar kilometers de bossen weer uitlopen komen we in het vertrouwde Zeeuws Vlaamse landschap terecht: akkers, kronkelende dijken met populieren en kreken. We komen geen enkele andere wandelaar tegen. Wel een hele serie vissershuisjes, waarvan we eerst denken dat het huisjes uit volkstuintjes zijn. Toch lijkt dit gedeelte van het pad drukbelopen. Her en der staan borden met gedichten en er is een – met Europese subsidie gebouwd – bezoekerscentrum. Hier bij Konijnepijpen schijnt ondergrondse klaver te groeien. Vandaar dat we die nog nooit hebben gezien. De route loopt zorgvuldig om de dorpen heen. De aanwezigheid van de snelweg (die overgestoken moet worden) verpest een stuk van de route. In plaats van de snelweg snel loodrecht over te steken, loopt de pad een heel stuk parallel direct naast de snelweg. Routeverbeteraars zouden nog eens naar dit stuk moeten kijken. Veel liever door een paar dorpen en niet langs de snelweg. Vlak voor ons eindpunt van vandaag komen we bij de kapel van Onze Lieve Vrouw van Gaverland. Volgens het boekje zou hier in 1511 een miraculeus beeldje gevonden zijn en vervolgens een bedevaartsoord ontstaan zijn. De kapel ziet er in ieder geval fraai uit en is nog volop in bedrijf. Het aantal Mariabeelden aan bomen en dergelijke is in de directe omgeving van de kapel tamelijk groot. Toeval? Of zijn Belgen gewoon een godsdienstig volkje. De etappe eindigt in Melsele. Gekozen vanwege de goede busverbinding. Gemakkelijk nu en makkelijk bij het vervolg.

9e etappe: stadswandeling

In deze etappe wordt Antwerpen gedwarst. Door Antwerpen zelf loopt geen GR route. De GR 5 A noord eindigt op de linkerschelde oever, terwijl de GR 565 “het Sniederspad” in Deurne (Antwerpen Oost) begint.

Vanuit Melsele pikken we eerst de GR 5 A noord weer op. Bij voormalig fort de Halve Maan wordt de provinciegrens tussen Oost Vlaanderen en Antwerpen overschreden. In vroegere tijden was dit de grens tussen Vlaanderen en Brabant. Om de een of andere reden loopt hier een ezel los. Bijzonder. De route loopt eerst nog een stuk parallel aan de snelweg en duikt dan – verassend – een natuurgebied in. Door flink wat bossen met populieren en berken bereiken we de Schelde. De Schelde is duidelijk een getijdenrivier. Het is laag water en de vloedlijn ligt zichtbaar een stuk hoger. Langs de Schelde lopen we richting het centrum. Hierbij passeren we zelfs een echt strand. Dit lijkt me toch niet de meest ideale plek om een mooie zomerdag door te brengen. De GR 5 A noord eindigt bij de uitgang van de voetgangerstunnel onder de Schelde. De tunnel stamt uit 1933 en heeft mooie oude houten roltrappen. Tot onze verbazing is het heel rustig in de tunnel. Op de rechteroever komt de tunnel boven een bijzonder pleintje. We staan nu in het hartje van de stad. Het centrum van Antwerpen imponeert. Op ons gevoel (en een onduidelijk printje van een af Internet geplukte plattegrondje) lopen we naar Deurne. Dat gaat wonderwel goed. Gewoon allemaal rechtdoor. Anders dan op andere etappes praten we weinig met elkaar: Er valt heel veel te zien, maar door de herrie zijn we ook moeilijk verstaanbaar voor elkaar. Een stadswandeling nodigt niet uit voor diepgaande gesprekken. In Deurne vinden we het beginpunt van het Sniederspad, het eindpunt van deze etappe, gemakkelijk. Tram 12 staat al klaar om ons direct terug naar het centrum van Antwerpen te brengen.

Het Sniederspad vindt zijn ontstaan in de weg die twee broers, Renier en August Snieders, aflegden om elkaar destijds "ergens in de Kempen" tijdens vakantieperiodes te ontmoeten. Deze broers leefden aan het eind van de 19e eeuw en waren beiden schrijver. De een woonde in Antwerpen en de ander in Bladel. Kennelijk wandelden zij regelmatig naar elkaar toe. Het oorspronkelijke Sniederspad dateert volgens de overlevering uit 1937, maar was in de vergetelheid geraakt. Later is het pad heringewandeld. Voor ons is het eerste stuk van het Sniederspad de verbinding tussen de GR 5 A Noord en de GR 5. Direct van het eindpunt van tramlijn 12 in Deurne loopt het Sniederspad de natuur in. Leuk om vanuit de drukke stad direct buiten in de natuur te zijn. Van Deurne loopt het pad over een brug over het Albertkanaal naar Schoten. Na een grote sluis in het kanaal beginnen de villawijken. Hoe verder je van Antwerpen vandaan loopt hoe groter de tuinen en de villa’s worden. Echt België. Voorbij Schoten staan de fraaiste landhuizen in het bos. Op straat staan geen auto’s geparkeerd. Parkeren moet op eigen terrein. In Schilde pauzeren we op een pleintje bij een kerk. Bij een bakker kopen we wat lekkers. Terwijl we het lekkers oppeuzelen zijn er meerdere mensen die ons smakelijk eten wensen. Zulke opmerkingen brengt altijd gezelligheid. Na Schilde neemt het aantal villa’s af en neemt de hoeveelheid ongeschonden bos toe. Ruimte voor toekomstige nieuwe villa’s? De bossen worden steeds dichter en fraaier. Via een groot landgoed lopen we naar het dorp Halle, waar we wederom pauzeren. Af en toe een dorpje pikken is leuk. Na Halle gaan we op zoek naar “het boshuisje”. Want daar kruisen Sniederspad en GR 5 elkaar en moeten wij overstappen. Het boshuisje ligt midden in het Zoerselbos. Voor een vrijdagmiddag in april is het bijzonder druk. Overal wandelen mensen. Het lijkt wel vakantie. Vanaf het boshuisje tot het dorp Pulderbos kiezen we, met het oog op de vertrektijden van de bus, niet voor de mooiste, maar voor de efficiëntste route. De bus vertrekt maar 1x per uur, dus het is handig om daar rekening mee te houden. De route van vandaag is een van de mooiste (de mooiste?) en afwisselendste tot nu toe van ons Vlaanderenpad.

11e etappe: de Kempen

Vanaf Pulderbos kiezen we ditmaal niet de efficiëntste, maar de mooiste route om verder te gaan. Dit betekent vanuit het dorp een stukje terug naar de echte route om vervolgens dwars door de bossen, met een grote slinger, naar Grobbendonk te lopen. Het is hier weer mooi, al vraag je je soms wel eens af wat de overwegingen zijn geweest om bepaalde slingers in het pad aan te brengen. De mensen wonen in de (villawijken in de) bossen. Maar ze moeten natuurlijk ergens boodschappen doen. Dat zal meestal wel bij de Aldi zijn of bij zo’n grote megastore ergens aan de rand van de stad. Maar als je dan bloemen vergeten bent voor de jarige buurvrouw of pannenkoekenmeel voor het kinderfeestje van je jarige zoontje moet je toch ergens naar toe. Voila, daar is het centrum van Grobbendonk voor. Je kunt je auto makkelijk voor de winkel zelf parkeren, snel de winkel in en weer eruit de auto in. O ja, Grobbendonk schijnt ook nog een aardige geschiedenis te hebben. Na Grobbendonk moet een snelweg overgestoken worden. Altijd goed voor een minder mooi stuk route. Dat wordt overigens snel weer goed gemaakt. Tussen Bouwel en Noorderwijk loopt een aantrekkelijk stuk. Veel afwisseling tussen bos en weilanden. En af en toe een verdwaalde megastore. In dit geval een speelgoedparadijs. Vlak voor Noorderwijk ligt het belse ’s Gravenhage. De schrijfwijze is iets anders en het dorp is ook wat minder groot gegroeid dan het Nederlandse Den Haag. Over Noorderwijk valt niet veel te vertellen. Het begon te stortregenen toen we het dorp binnen liepen en per toeval kwam ook de bus eraan. Die zijn we dus maar direct ingedoken. Je weet immers in dorpen nooit wanneer de volgende bus komt.

12e etappe: een plezante wandeling, dat is zeker en vast

    Noorderwijk - Testelt, vrijdag 22 april 2005, 30 km

Direct bij Noorderwijk komen we in de bossen. Het valt ons op, dat anders in Nederland, er regelmatig huisjes en andere bouwsels staan. Eerder zagen we in de Belgische bossen grote hoeveelheden afval. Deze keer is het bos netjes opgeruimd. Het ziet er allemaal keurig uit. Na een open stuk komen we bij de abdij van Tongerlo uit. De abdij is duidelijk volop in bedrijf. Er tegenover ligt bijvoorbeeld een zendingscentrum. Weer een stukje bos en dan bevinden we ons in het plaatsje Westerlo. Op een pleintje zien we een bord met hierop alle wandelingen in de omgeving. Duidelijk een wandelgebied! We lopen een heel mooi stuk langs het riviertje de Grote Neet. Met een fraai gelegen kasteel. Door de bossen verder naar Averbode. De abdij van Averbode ligt op het drie provinciën punt Antwerpen, Vlaams Brabant en Limburg. Niet de as van het draaihek van de toegangspoort van de abdij, maar een punt van de abdijmuur is het echte drie provinciën punt. Ook deze abdij is volop is bedrijf. De abdij heeft bijvoorbeeld een eigen drukkerij en in de kerk liggen – heel actueel – bidprentjes voor de nieuwe paus. Vroeger was de abdij van Averbode belangrijk. Hier een foto van het schilderij van abt Jacob van Elsacker dat in de abdij van Averbode hangt. Bij zijn portret staat er dat hij afkomstig was van 's Hertogenbosch. Vader abt Jacob is overleden op zondag 28 september 1505 in Averbode, ± 55 jaar oud. . Zijn devies was "Vacate et videte" "Neem geregeld rust en dank na".

Na de abdij komen we via een ijsetende menigte op een wat merkwaardige plek langs de rand van een bos in het dorp Averbode uit. Het is de bedoeling om nog een kilometer of vier tot het station van Zichem te lopen. Hoewel we de markering heel precies volgen komen we in een heel ander dorp uit: Testelt. Het is een mooi stuk. Echt waar; maar het voelt wel een beetje raar. Toevallig is ook hier een station. De terugreis is dus geen probleem. In het dorpscafé waar de Witte van Zichem ooit zelf regelmatig kwam maken we de balans op: dit was misschien wel de mooiste etappe van de west-oost-route tot nu toe. Veel afwisseling: dorpjes, bossen, velden en abdijen.

13e etappe: stationswandeling

Testelt - Schulen, vrijdag 3 juni 2005, 30 km

We beginnen bij het station van Testelt. Langs een riviertje lopen we naar Zichem. We passeren de “Maagdentoren”. Zichem begint het land te golven. Heuvels is een groot woord. Vlak is het land zeker niet. Mooi dat golvende landschap. Scherpenheuvel is de volgende religieuze plek. Als je katholiek bent zit je in België goed. Vervolgens lopen we naar Diest; een aardig oud stadje. Hier kruist de GR5 een ander lange afstandswandelpad. Bij de stadspoort staat een wandelboom. Die vertelt dat we van ver komen en nog veel verder kunnen. Naar de Riviera om precies te zijn. De wandelboom wijst ons de weg onder de stadspoort door. Vervolgens houdt het pad abrupt op. Het pad kruist de spoorweg. In plaats van slagbomen staan er hekken dwars over de weg. Omdat we het pad aan de andere kant van de spoorweg gewoon verder zien lopen, besluiten we over het hek te klimmen (en goed uit te kijken). Iets voorbij Diest komen we in de provincie Limburg. We besluiten goed op de taal te letten om te horen of Belgisch Limburgs hetzelfde is als Nederlands Limburgs. Zou kunnen. Helaas komen we geen autochtonen tegen om dit uit te proberen. Na Diest lopen we vooral door bossen. Weer een heel ander landschap dan voor Diest. ’t Is wat moeilijker oriënteren, maar afwisseling is aantrekkelijk. Vlak voor een snelweg besluiten we onze eigen route te maken: naar het station van Schulen. De GR5 kronkelt er lustig op los, om vooral geen enkel mooi plekje te missen. Omdat wij de trein niet willen missen, missen we een dikke eik. Tja, dikke bomen hebben we wel eens eerder gezien. Onze alternatieve route is mooi. Over een zandpad door een vennengebied. We komen precies op tijd bij het station in Schulen aan.

Vanaf station Schulen komen we snel weer op de route. De route is weer mooi, maar wat lawaaiig. In de buurt bevinden zich een paar snelwegen en het racecircuit van Zolder. Samen goed voor flink wat decibels. Kennelijk houden de bossen herrie niet echt tegen. Jammer! Bij Zolder is het bos ingedeeld voor verschillende doelgroepen: motorliefhebbers, vogels, kleuters, bejaarden, ex-mijnwerkers, …. Als wandelaar loop je door en langs alle doelgroepgebieden heen. Het vogelreservaat pal naast het racecircuit is in ieder geval opvallend. Ook de vele natuurlijke meertjes vandaag vallen op. De meeste zijn echt natuurlijk, maar soms is een meertje omgebouwd voor de doelgroep “vissers”. Zo’n meertje is toch minder fraai. Zo ongeveer tot iets voorbij het dorpje Bolderberg hebben we met al die doelgroepen te maken. De natuur is hierdoor te geciviliseerd. ’s Middags lopen we gelukkig door natuurlijker bos. Ziet er gelijk een stuk mooier uit. (Of zijn deze bossen bedoeld voor de doelgroep “lange afstands wandelaars”?). Op verschillende plaatsen hebben buurtbewoners het huis van jubelarissen versierd en voorzien van een toelichtende tekst: “Hier wonen José en Joop, alweer 50 jaar getrouwd. Joop werkte tot 1974 in de mijnen hier in de buurt. Om het inkomen aan te vullen stond José in het café op de Bolderberg. Tot haar gezondheid dat niet meer toeliet. Gelukkig is Joop een zorgzame echtgenoot”.

De dagetappe eindigt in Hasselt. Een stad met twee gezichten: Een fraai centrum en de achterkant van de stad bij het station. Dat mensen in het centrum op een terrasje gaan zitten is heel begrijpelijk. We vragen ons hardop af wie er nou bij het station op zo’n terrasje gaat zitten. Mensen die op de trein wachten? De vraag die we ons de vorige keer stelden: “Spreken Vlaamse Limburgers Vlaams of Limburgs?” beantwoorden we sinds vandaag met “Limburgs”. Mischien dat we daarom het gevoel hebben meer in Limburg dan in Vlaanderen te zitten.

15e etappe: Wapenstilstandsdag

Door de straatjes van de oude binnenstad kronkelen we de stad uit. Het Albertkanaal steken we voor de zoveelste keer over. Daarna lopen we er een tijd langs. Voordat dat gaat vervelen, duiken we de bossen in. Spoedig bereiken we Bokrijk, het Vlaamse openluchtmuseum. De omgeving is hier bezaaid met roodwitte markeringen. Het is hierdoor niet helemaal duidelijk welk pad we moeten volgen. Het valt ons op dat er voor een vrijdagochtend in november er zeer veel wandelaars zijn. Velen lopen in groeps- of clubverband. “Wandelmee.be” staat op achterop het shirt van één van hen. Daardoor komen we er later thuis achter dat het om de Heikneuters uit Genk gaat die 19, 14 of 8 kilometer lopen in wandeltocht “Herfst in Bokrijk en de Maten”.

“De Maten” is een heidegebied waar wij dwars over onverharde paden doorheen gaan, terwijl de Heikneuters over asfalt eromheen lopen. Dat zal wel zijn om de vegetatie te sparen. In Genk nemen we een kopje warme chocolademelk bij een Grieks restaurant dat, aan de rand van de stad, op een onverwachte plaats zit. Ook de kortgerokte Vlaamse vrouw, die met haar drie kinderen wat komt gebruiken, verwondert ons. Ze eist alle aandacht op als ze haar puberende zoon commandeert (voor hoe lang nog?). We verlaten het resaurant dan maar snel. Bovendien moeten we nog een eind. We stappen stevig door. Mooie bospaden en ook hier veel wandelaars. In Zutendaal is bij de bushalte een cafeetje. De waardin ontmaskert ons direct als GR5-lopers. Die komen hier regelmatig. “Die nemen een trippeltje op de mooie wandeldag en haasten zich om de bus te halen”. Zoals wij. Vervolgens staan we een uur bij de bushalte. Het blijkt “wapenstilstandsdag” te zijn, een nationale feestdag waarop alle Belgen vrij zijn. Nationaal wordt herdacht dat op 11-11-1918 de Eerste Wereldoorlog eindigde.Vandaar dat het zo druk was in de bossen! En daarom rijden er ook bijna geen bussen. Het is koud en donker. Overdag viel het mee, maar ’s avonds is het onmiskenbaar november.

16e etappe: Opnieuw naar de Pietersberg
Zutendaal - Maastricht, vrijdag 11 februari 2005, 27 km

Na Zutendaal slingert het pad direct door de bossen. Het landschap heeft Zuid Limburgse trekjes: kleinschalig, kronkelende beekjes en steile heuveltjes. De streek heeft kenmerken van een grensgebied: Niet al te veel dorpen, vrij weinig verkeer en af en toe een verlaten boerderij. Ongeveer halverwege ligt Lanaken. Zoals zoveel Belgische dorpen is Lanaken vrij uitgestrekt. Niet dicht bebouwd, maar wel overal rijen vrijstaande huizen. En af en toe een braak liggend stuk land. Veel winkels in het centrum zijn filialen van grote winkelketens die we ook in Nederland kennen. Dezelfde winkels, dezelfde munt, dezelfde taal; vertrouwd en toch anders. Na Lanaken lopen we snel op Maastricht aan. Vlak tegen de grens heeft België nog wat industrie geplakt. Niet fraai om te zien. Maar wel uit het zicht van de meeste Belgen. We lopen met een grote boog om Maastricht heen. Over een pad met links de kronkelende grens en rechts een groot kanaal (het Albertkanaal?). We lopen in België, maar eigenlijk is het niemandsland. Er staan geen huizen en er valt weinig te beleven. De strook lijkt “over” te zijn. Door de grens wordt de bebouwing van Maastricht hier een halt toe geroepen. En de Belgen hebben hier weinig te zoeken. Ten zuiden van Maastricht wordt het landschap ineens spectaculair. Steile heuvels en een snelle afwisseling van bebouwing: Limburgse boerderijen, een watermolen en zowaar wijngaarden. De Jeker bruist on-Nederlands onder ons door. Hier komt de enige Nederlandse wijn vandaan. Van de Apostelhoeve. Met onder de apostelhoeve een afgesloten gang die naar de grotten onder de Sint Pietersberg voert. Dan is het nog even omlaag lopen en weer omhoog klimmen om de Sint Pietersberg te bereiken. Hier ligt het eindpunt van het Pieterpad. Hier sluit ons pad aan op het Pieterpad/GR5 dat we tussen 1999 en 2002 gelopen hebben. Van Pieterburen in Groningen tot Mondorff in Frankrijk. We lopen nog even door. Het centrum van Maastricht in met alle bekende bezienswaardigheden. De stad begint al langzaam in carnavalsstemming te komen. Het is immers over 2 weken al zover. Wij lopen via Vrijthof, Markt en Servaasbrug door naar het station. Dit is ons echte eindpunt. Hier sluit ons pad aan op het Krijtlandpad dat ons in 2002 naar de Duitse grens bracht: dce oostelijke grens van de Benelux.

In totaal 412 km te voet door Vlaanderen gelopen van Oostende naar Maastricht in 16 etappes in de periode van 13 september 2002 tot 10 februari 2006 (en nog eens 40 naar het Drielandenpunt bij Vaals, via het Krijtlandpad).