Mallorca
vanf de GR221

Toen we nog niet beter wisten, deed Mallorca ons vooral denken aan slaperige standvakanties die zich bij voorkeur in voorbije decennia voltrokken. Bij nader inzien blijken er bergen van ruim 1800 meter te zijn en loopt er een heuse GR wandelroute doorheen: de GR 221. Weg van de standen in Zuid-Mallorca en op naar het noorden!

Natuurlijk is het wel jammer om Palma de Mallorca over te slaan wanneer je je op dat eiland bevindt. Dus besluiten we dat de eerste dag een soort rustdag zal zijn, om de stad te verkennen. Dat het een grote stad is, met zo'n 250.000 inwoners, bleek al toen we op het vliegveld landden. De omvang ervan maakte indruk. Net zoals het busstation waar vanuit heel Mallorca wordt bestreken.

 

In Palma belanden we eerst de Passeig des Born. Statige gebouwen langs een brede flaneerboulevard. Winkels links en rechts. En overal mensen op bankjes die de dag aan zich voorbij laten glijden. We bezoeken de indrukwekkende kathedraal waar ook Gaudi zijn voetsporen heeft nagelaten. In de vorm van de kleurrijke lichtinval en de sprookjesachtige lampen en muurschilderingen, die nog het meest op een onderwaterwereld lijken. Net als veel andere steden in Spanje heeft ook Palma een groot vierkant plein, waar standbeeldkunstenaars ons toch weten te verbazen, ook al hebben we er al veel van gezien.

 

Esporles - Valdemossa

 

Wanneer we in Esporles uit de bus stappen, zien we al snel een wegwijzer van de GR221. Deze geeft aan dat het nog een uur lopen is naar de Coll de sa Basseta. Eerst lopen we een tijdje over asfaltpaden, waarbij we ook het huis Can Nadal passeren. Omdat Rafael Nadal ook van Mallorca komt, fantaseren we dat hij hier zou kunnen rondlopen. Blijkbaar heeft hij echter voor een andere daginvulling gekozen. Dan lopen we het bos in. We hebben de GPS hard nodig, want alleen met de markering in het landschap redden we het niet. Soms denken we de steenmannetjes te kunnen volgen, die we overal tegenkomen, maar deze lijken overal heen te gaan. Bij twee ronde schuilhutten rusten we wat uit. Hoewel het nog maar begin oktober is, is het al behoorlijk fris. We kunnen ons voorstellen dat je zo'n hut nodig hebt voor de overnachting. Maar we lopen verder en zien kort daarna Valdemossa liggen. De lucht is helemaal blauw geworden, maar voelt koud aan. Vanuit Valdemossa nemen we de bus naar Port de Soller, om hier morgen weer met de bus terug te keren.

 

Valdemossa - Deià

 

Vanaf Valdemossa gaat het keienpad stijl omhoog. Uiteindelijk belanden we op een hoogte van zo'n 900 meter. De GR221 neemt een bergkam langs een steile afgrond, waar we pal naast ons de laagvlakte en de zee zien. Het uitzicht is adembenemend en het verlangen om te kunnen vliegen is groot. We kijken over het wolkendek heen naar de zee in de verte. Het is goed oppassen op sommige stukken. De afdaling richting Deià ondernemen we met een groeiend groepje wandelaars. Spoedig komen we op een plateau van waar je Deià onder je ziet liggen. Ons doel, en dat van een Zweeds stel, een Noorse, een Spaans stel met landkaart en nog een groepje, wat oudere Spanjaarden. We lopen steeds verder richting Deià, dat op zo'n 800 meter onder ons ligt. Geen pad te zien. Volop steenmannetjes die niets anders doen dan ons misleiden. Ze lijken ons uit te lachen. We proberen een meer oostelijke richting, en komen een Duitser tegen die naar het plaatsje ver onder hem zit te staren. Geen idee hoe hij verder moet. Dan besluiten we de GPS toch maar te volgen, hoewel die tegen ons gevoel in ons helemaal naar het westen brengt. Daar vinden we dan toch het stijle pad naar beneden. De Duitser is er al vandoor voordat we gedag kunnen zeggen. We roepen het Spaanse jonge stel, maar dat hoort ons niet. Dan zigzaggen we naar beneden. En een uurje later zijn we in Deià, waar het aangenaam warm is. Bij de bus maken we nader kennis met de Zweden. Ze wonen in Uppsala, werken in Stockholm en willen voor de lange winter nog een weekje zon. Vorig jaar waren de meren er al in november bevroren. Hier is het, hoewel een maandje eerder, nog 25 graden.

 

Deia - Port de Soller

 

Een makkelijk dagje vandaag, vergeleken bij het klim- en zoekwerk van gisteren. De paden zijn nergens heel stijl en hebben een aangename ondergrond. Halverwege, in een soort theetuin bij een museum, drinken we wat. Aangenaam verpozen zo onder de strakblauwe lucht. De bar van het museum verkoopt ook drankjes aan de theetuinbezoekers. Wanneer we even later echter nog even de barruimte beter willen bekijken, worden we bijna weggejaagd, omdat we het museum niet willen bezoeken. Rare mensen heb je soms toch. Met een regelmatig uitzicht op de zee bereiken we kort daarop een bos vol oude olijfbomen. Hun stammen zijn indrukwekkend dik en grillig. Daarna dalen we af en zien we Port de Soller steeds dichterbij komen. In het plaatsje rijdt het toeristentreintje af en aan. Omdat we al veel dagen aan het lopen zijn na ons vertrek uit Palma hebben we het idee dat Palma ver weg ligt. Maar dit treintje blijkt er regelmatig in korte tijd naartoe te rijden. Port de Soller blijkt verder een aangenaam stand en veel restaurantjes te bezitten. Uitstekende plek voor drie overnachtingen.

 
Lluc - Pollenca

 

We slaan de twee etappes tot Lluc over omdat de enige overnachtingsmogelijkheid, een in de bergen gelegen hostel, volgeboekt bleek. Wanneer we met de bus Lluc bereiken maakt het enorme klooster indruk. Vooral vanwege zijn afmetingen. Vanaf daar volgen we de GR221 verder. Het is duidelijk dat we niet de enigen zijn. Blijkbaar is het een nationale feestdag, want overal zien we wandelaars en soms ook fietsers met MTB's op ons pad. We passeren een gebied waar volgens de borden op groot wild gejaagd wordt, maar horen gelukkig nergens schoten. Na de nodige muurtjes en andere hoogteverschillen met trapjes overwonnen te hebben, komen we op den duur in Pollenca aan. Daar is ons hotel ergens. Denken we. Maar op de plek waar het zou moeten zijn, staan alleen winkels. Dan bedenken we ons dat het adres wel eens in Port de Pollenca zou kunnen zijn, dat vijf kilometer verderop ligt. Vanwege de feestdag blijken er echter geen bussen te rijden. Gelukkig wel een behoedzame taxichauffeur die weet dat mensen bij gebrek aan bussen een taxi nodig hebben. Onderweg naar Port de Pollenca vertelt hij ons het het seizoen volgende week afloopt. Dan begint het jaargetijde van werkloosheid. Zijn broer is om die reden in Rotterdam gaan werken, maar hijzelf rooit het nog wel op Mallorca. In het vakantieoord waar hij ons afzet is zeker de helft van de appartementen al gesloten. Maar op de boulevard is het 's avonds nog gezellig druk en lijkt het einde van het seizoen nog ver weg.

 

Fietsen : Port de Pollenca - Alcudia - Pollenca

 

We huren fiesten voor de middag en trappen eerst tegen de wind in langs de kust naar het zuiden, richting Alcudia. Een mooie ommuurde plaats waar, zoals de naam al doet vemoeden, ooit de 'Moren' heersten. Zoals in veel zuidelijke delen van het Iberisch schiereiland, inclusief de Balearen. Het plaatsje zelf is vanwege de typerende architectuur zeer de moeite waard. Van hieruit rijden we over de landelijke weggetjes naar Pollenca, waar we gisteren alleen maar langs liepen. Nu hebben we de tijd om het beter te bekijken. Bijzonder is de straat die uit honderden traptreden bestaat, waaraan de winkeltjes liggen. Daarna biedt het centrale plein ons aan aangename plek om het leven in een Mallorcaans plaatsje te aanschouwen. Totdat we besluiten via de bochtige smalle weggetjes weer naar Port de Pollenca terug te fietsen. Waarbij blijkt hoezeer we alert moeten zijn op tegemoet komend verkeer, dat vanuit elke bocht kan opduiken.

 
Naar de Cala Figuera

De laatste wandeling gaat over een landtong aan het noordoostelijke puntje van het eiland. De wandeling is aangeraden door de locale VVV. Eerst een stuk met de bus en vervolgens te voet verder. Dat valt echter tegen. We hadden een mooi onverhard pad verwacht, maar de enige mogelijkheid blijkt te zijn om langs de doorgaande asfaltweg te lopen. Omdat de weg eigenlijk nergens naartoe gaat, valt het nogal mee met het aantal auto's en komen we minstens zoveel racefietsers tegen. Het eindpunt is niettemin de moeite waard: er is zoveel natuur (tegen rotsen klotsende golven; onverzettelijke bergen en oneindige verten), dat we even tijdloos hebben kunnen wanen. Een soort van gewichtloos, maar dan anders. Wanneer we terug lopen hopen we de laatste bus nog te kunnen halen. Want we zijn weer terug in de tijd.

 

Cuber – Port de Soller

 

De laatste etappe ligt halverwege de route. We hebben deze aanvankelijk overgelagen omdat er geen overnachtingsmogelijkheden bleken te zijn aan het eindpunt. Maar we doen het nu anders. We nemen de bus naar het 'eindpunt', het Meer van Cuber, en lopen dan terug, tegen de wandelrichting van de rest van de week in, naar Port de Soller. Dat heeft een paar voordelen. Ten eerste lopen we het grootste deel naar beneden, ten tweede komen we dan meteen aan in Port de Soller. Het eerste stuk slingert via een breed natuurpad verder de bergen in. Een flinke groep ruiters komt ons tegemoet. Daarna begint de afdaling. Het pad versmalt zich, totdat het soms bijna niet meer zichbaar is. Als je niet oplet, zou je zo op een ander pad terechtkomen. Met de kans dat die op dezelfde plek uitkomt, maar we nemen het risico liever niet en vertrouwen op de GPS. Nog weer verder wordt het pad geciviliseerder. Het is geplaveid met keurig geordende keien. Nu kan het niet meer missen. Behalve dan dat de keien nogal schots en scheef liggen, zodat ze onder het lopen voortdurend aandacht vragen. Dat gaat zo door tot Soller. Vanaf daar leidt een asfaltweg ons naar het aantrekkelijker Port de Soller.

Vervolgens nemen we de bus naar een hotel bij het vliegveld aan de zuidkant van het eiland. We gaan immers morgen weer vroeg vliegen. De hotels daar zijn niet gemaakt voor de sfeer. Ze zijn er omdat er toeristen zijn die graag zo dicht mogelijk bij vliegveld en strand willen overnachten. Achteraf hadden we beter vanuit Port de Soller rechtstreeks een taxi naar het vliegveld kunnen nemen.