De Benelux

Van de Waddenzee tot de Franse grens

Deel 1: Pieterburen-Pietersberg: Het Pieterpad


Verslag van een wandeling in 30 etappes dwars door Nederland, België en Luxemburg. Van noord naar zuid. Van de Waddenzee tot aan de Franse grens. Over het Pieterpad en – vanaf de Pietersberg – over de GR5. Het is zonde om de Pietersberg te stoppen, alleen maar omdat het eindpunt van het Pieterpad daar bereikt is. De GR5 is een heerlijk, logisch en vanzelfsprekend vervolg op het Pieterpad.

 1e etappe: Langs het Mensingeweersterloopdiep

Pieterburen – Groningen, maandag 26 april 1999, 29 km

Op een frisse mistige voorjaarsmorgen beginnen we aan een nieuw project. Als “ervaren” lange afstand wandelaars hebben we behoefte aan meer lijn in onze vaderlandse dagmarsen. Onze keuze is gevallen op de langst denkbare wandellijn door Nederland: het Pieterpad. Omdat we het Pieterpad niet in een keer lopen, wordt de wandelopgave gebombardeerd tot meerjaren project.

De wandeling kan natuurlijk alleen in Pieterburen bij hotel “Het wapen van Hunsingo” beginnen. Het startpunt van het Pieterpad. “Het wapen van Hunsingo” is waarschijnlijk de beroemdste horecagelegenheid van Nederland. Bij wandelaars dan. Na de aftrap zie je eerst een richtingaanwijzer die je de weg naar verschillende “Pieters“ in de wereld wijst. Uit het rijtje Sint Pietersplein, Pietermaritzburg, Pietersberg en nog andere plaatsen kiezen we voorlopig maar de Pietersberg. Dat lijkt ons ver genoeg. Veel klei en wat dorpen zetten ons weer met beide voeten op de grond. Dan komt het Mensingeweersterloopdiep in beeld. 
Van deze vaart valt vooral op te merken dat het wel heel veel lettertjes voor een kleine vaart zijn. Even verderop blijkt Nederland een tweelingdorp rijk te zijn. Obergum/ Winsum heet deze plaats. Het landschap blijft vlak en vrij eentonig. De horizon is nauwelijks te zien. De klei is dik en de sloten zijn diep. Na het tweelingdorp duikt zowaar het eerste stukje onverhard Pieterpad op. Het gaat om een zogeheten “kerkepad”, een paadje dwars door het weiland, dat boeren gebruikten om op zondag naar de kerk te gaan.
Gelukkig zijn er ook nog dorpjes. Garnwerd met een klein smal straatje. En Oostum met een kerkhofje. Tietje rust daar.Aan het eind van de etappe wordt bij “De drie gezusters” met bier gewacht op pieterasfaltpadlopers.

2e etappe: Berend Botje achterna

Groningen – Gasteren, vrijdag 25 juni 1999, 31 km

Groningen lopen we via een aardige route langs een brede waterloop uit. Een kanaal? Een rivier? Of een diep? De overgang van stad naar land is op deze manier prettig. Bij het Paterswoldse Meer ontdekken we een soort elektriciteitsmast, die bij nader inzien een kunstwerk blijkt te zijn. Symbool voor de stadspoort van vroeger. De mast stelt de letter “G” voor; de eerste letter van Groningen. Nou ja, het is weer eens iets anders. Bij Glimmen houdt de wegverharding op en begint eindelijk het zandpad: de oude Herenweg, de handelsroute, van Groningen naar het zuiden. En weldra zijn daar ook de eerste hunebedden. Noordlaren, Midlaren en Zuidlaren. In Zuidlaren hield Berend Botje het voor gezien. Wij lopen door naar de laatste satelliet van Zuidlaren: Westlaren. Nog een laatste heideveld over en als in Gasteren de bus er aan komt, weten we zeker dat we in TT-end Assen zullen dineren.


3e etappe: Door het land van Bartje

 Gasteren – Schoonoord, woensdag 22 maart 2000, 38 km


Vanuit Gasteren over het Balloërveld het echte Drenthe in: een schaapskudde met herder en hond, hunebedden, grafheuvels, heide, bos en Bartje. Vanaf Rolde loopt het pad een stuk over een oude verlaten spoorbaan: van Assen naar Stadskanaal. Sinds de Tweede Wereldoorlog rijden hier geen (stoom-)treinen meer. De resten van de spoorbaan zijn nog duidelijk herkenbaar. Onder Anderen volgen de eindeloze productiebossen.
Rechthoekige genummerde bospercelen vergezellen ons. Zo’n productiebos is geen pure natuur en belemmert vooral het uitzicht. De dag kenmerkt zich door echte stilte (nergens geraas op de achtergrond!) en rust. Voor ons is die stilte heel erg opvallend. In Schoonloo bemerken we dat we nog zeer fit zijn en dat het volgende dorp, dat zeer fantasievol Schoonoord heet, bereikbaar is. De natuur wordt fraaier en waren de paden hier niet door Napoleon zelf nog verhard?




 4e etappe: Brinken, essen en diepen

 Schoonoord – Coevorden, vrijdag 12 mei 2000, 29 km

Tussen Schoonoord en Sleen kom je in de prehistorie terecht. Behalve hunebedden zijn er grafheuvels en “celtic fields” te zien. “Celtic fields” zijn resten van ommuurde akkers, zoals je nu nog in Engeland kunt zien, uit de prehistorie. Tot onze verrassing zijn deze velden nog zeer goed te herkennen.Een grafheuvel heet “Galgenberg”. Volgens de overlevering moet op een galgenberg het mythologische gewas alruin groeien. Aangezien wij niet botanisch onderlegd zijn zoeken we tevergeefs. Het landschap is op deze etappe afwisselend. Het eerste gedeelte bestaat vooral uit (pre)historisch bos, terwijl het tweede gedeelte de aardrijkskundeles van vroeger volgt: het dorp met de brink, de essen om het dorp heen en de heide verder weg waar de schapen lopen. Kanalen heten hier “diep”, waarschijnlijk omdat ze echt diep zijn. Naar we begrijpen hebben in crisisjaren veel werklozen met de schoppen deze diepen gegraven, maar voor scheepvaart of afwatering zijn ze nooit echt belangrijk geweest. En ook nu nog spelen de diepen voor het toerisme geen rol van betekenis. Aan de einder ligt het oude vestingstadje Coevorden. Veel kleiner, maar ook veel gezelliger dan het grote Emmen.


5e etappe: Over de Vecht Overijssel in

Het weer beïnvloedt wandeldag en wandelervaringen sterk. Door dreigende regen starten we als een speer. Bijna hollend; in marstempo gaan we door de Coevorder Mars. Mars betekent moeras of nat hooiland of was de betekenis toch natte weidegrond? Het landschap verandert langzaam, maar is vandaag wat eentonig. Dat is vlak, weinig bomen of huizen en rechte lijnen in het land. De dorpen Gramsbergen en Hardenberg zien er leuk uit. In Hardenberg begint het echt door te regenen. Door een eerdere natte wandelervaring (een vorig jaar) in de buurt van Winterswijk weten we dat wandelen in de stromende regen niet echt leuk is. Als het niet moet, en er is een station of een goede bushalte in de buurt, kun je beter stoppen. Opvallend is dat we ondanks het slechte weer meerdere wandelaars tegenkomen.
Voor een groot deel Pieterpadlopers. Pieterpadlopers zijn in het algemeen herkenbaar aan het boekje met de routebeschrijving van het Pieterpad, dat zichtbaar of in de linker- of in de rechterhand meegedragen wordt. Aan het landschap, de dunne bebouwing en de naamgeving van gehuchten en bosjes merken we dat we aan de rand van Nederland lopen. Het bosje heet “Engeland” en ook “Siberië” staat op de richtingaanwijzers. Voor de Slag bij Ane is een monument opgericht. Als we het goed begrijpen hebben de Drentse boeren hier ooit ridders in de pan gehakt. En omdat geschiedenis vaak over ridders gaat en die ridders ook nog de helden zijn, hebben we op school nog nooit van deze Slag gehoord.


6e etappe: Het bos in

 Hardenberg – Ommen, vrijdag 16 februari 2001, 26 km


Dagje dwalen door de bossen zonder een mens te zien. We ontdekken dat er bos en bos bestaat. Boswachterij Hardenberg is in de dertiger jaren in het kader van werkverschaffing aan werkelozen aangeplant als productiebos. Dat zie je nog aan de rechte paden. Maar aan de variatie in de bebossing zie je dat het bos al lang niet meer als productiebos in gebruik is. Boswachterij Ommen daarentegen is rond 1850 ontstaan. Deze bossen zijn geaccidenteerd. Zandverstuivingen zijn door middel van beplanting bedwongen. En als je dat weet herken je de vormen van de oorspronkelijke zandduinen. Een klein stukje zandverstuiving is gespaard gebleven: de Sahara. De Vecht scheidt beide boswachterijen. Naast een stuw in de Vecht is een vistrap gemaakt. Zo kunnen vissen stroomopwaarts zwemmen. Het gaat om een heleboel soorten, behalve om zalm. Die zit hier niet. Zou het water niet schoon genoeg zijn?






7e etappe: Hoogtepunten 

 Ommen – Holten, vrijdag 15 juni 2001, 36 km

De mooiste etappe. In ieder geval tot nu toe. Met recht: hoogtepunten. Het begint al direct na Holten. Archemerberg, Lemelerberg, Noetselerberg en Holterberg. Het stijgen over mulle rulle zandpanden wordt voortdurend beloond met mooie vergezichten. En uiteraard afdalingen. De natuur is bijzonder met de jeneverbessen, die alleen hier voor schijnen te komen. Schrale bijna witte grond, die je vanwege de kwetsbaarheid niet betreden mag. Veel wilde bloemen die in bloei staan. En het Pieterpad kronkelt als nooit tevoren hier door heen. De Archemerberg wordt bekroond met een grote natuursteen. Een punt uit de rijksdriehoekmeting. Vanuit hier zijn een zestal andere hoge punten (meestal kerktorens) te zien. Aan het begin van de 19e eeuw is het systeem van de rijksdriehoekmeting gebruikt om heel Nederland in detail op te meten en in kaart te brengen. Op de Lemelerberg staat, een beetje on-Nederlands, een stenen leeuw ter nagedachtenis aan de onafhankelijkheid in 1813. Een of ander baron heeft hier zijn naam aan verbonden (een soort sponsoring avant la lettre?) en is op deze manier onsterfelijk geworden. Van de Noetselerberg had ik nog nooit gehoord. Gezien het natuurschoon hier een omissie in mijn bestaan. Goed, de Holterberg is ook erg mooi, maar op dat moment slaat de vermoeidheid al toe. Niet alleen de lengte van de wandeling zegt iets over de zwaarte van de etappe. Ook de ondergrond, het hellingspercentage en het weer zijn belangrijke componenten.


 8e etappe: De Graafschap

 Holten - Vorden, vrijdag 13 juli 2001, 30 km

Samen met de vorige etappe het mooiste stuk van het Pieterpad tot nu toe. Het landschap is zeer gevarieerd: weilanden, akkers (vol met maïs), bosranden, landhuizen, verspreid liggende boerderijen en beekjes. We steken een aantal grotere beken over: de Schipbeek en de Berkel. Riviertjes waarop nog lange tijd scheepvaart plaatsgevonden heeft en die nog niet ontdekt zijn door de pleziervaart. De landhuizen en landgoederen geven de streek iets heel bijzonders. We raden de Achterhoekers aan zichzelf voortaan Graafschappers te noemen. Achterhoek is een naam die associaties oproept met uithoek, achteraf en achtergebleven. Bovendien is het geen “eigennaam”. Het is een naam vanuit het gezichtspunt van een ander. De Graafschap is wel een eigennaam. En gezien het aantal landgoederen een zeer toepasselijke!  Het is prettig dat een groot deel van het Pieterpad, wederom, over onverharde paden gaat. Dat betekent geen verkeer en veel rust. En het brengt je op onverwachte plekjes. We wijken een kilometer van de route af om langs de Dikke Boom te komen. Dat is een hele grote oude eik (450 tot 500 jaar oud). Volgens het bordje naast de boom gaat het waarschijnlijk om de dikste boom van Nederland: een natuurlijk hoogtepunt.

Wandeltechnisch viel vandaag op dat de instelling waarmee je loopt erg van belang is. Vooraf hadden we bedacht dat we alle tijd hadden. Dertig kilometer is immers niet zo ver. Na 16 kilometer ontdekten we dat het al halftwee was en we nog een heel eind moesten. Stevig de pas er in zetten betekent dan een tempo van ruim 6 kilometer per uur. We bereiken op deze manier mooi op tijd kasteel Vorden: de plek waar in 1983 het Pieterpad officieel geopend is. We zijn halverwege het Pieterpad.


 9e etappe: Oerend hard

 Vorden - Doetinchem, vrijdag 9 november 2001, 26 km

“We goan naar een klassiek concert, mar alleen als Normaal ôk metspeult”, zou volgens het boekje de mentaliteit van de mensen in de Achterhoek weergeven (ook wel superboeren genoemd). Nou niks van gemerkt. Weer een hele mooie etappe. Het landschap is erg gevarieerd. Er staan bijvoorbeeld heel veel soorten bomen. Het is herfst en wat opvalt is dat sommige bomen al kaal zijn, terwijl andere nog vol blad zitten. De bladeren zijn bruin, rood, donkergroen en lichtgroen. Omdat de zon schijnt en het nog nat is van de regen van de afgelopen dagen komen alle kleuren goed tot hun recht. Een genot om door het bos te lopen. Voor mij is de Graafschap een onbekende streek. Van veel plaatsjes had ik nog nooit gehoord. Een streek ontdek je te voet veel beter dan met de auto of de fiets. Je bent er echt helemaal. Hier in deze streek wordt je op straat door de mensen gegroet. En wat ook opvalt is dat het aantal Pieterpadlopers de afgelopen jaren flink toegenomen is. Je wordt op straat ook als Pieterpadloper herkent en als zodanig aangesproken. Vandaag was er zelfs een Pieterpadwegomlegging (alleen voor vrijdag 9 en zaterdag 10 november). Zo’n wegomlegging breng je alleen maar aan als je meerdere lopers verwacht. Leuk dat het lange afstand wandelen in populariteit toeneemt. Op den duur moeten de voorzieningen onderweg dan ook steeds beter worden. De Pieterpadwegomlegging was overigens aangebracht om motoren de gelegenheid te geven oerend hard dwars door bossen en velden te rijden. Het geeft wat herrie, maar voor motoren hebben ze wat over in deze streek.

De dag eindigt in Doetinchem; het centrum van de streek. De stad is niet bijzonder mooi, maar maakt wel een hele gezellige indruk.


   10e etappe: Grenzeloos

 Doetinchem - Tolkamer, vrijdag 22 februari 2002, 27 km

Laat vertrokken. We hadden heel veel zin om vandaag weer een etappe te gaan lopen, maar helaas stormde het nogal. Radarbeelden op internet overtuigden ons uiteindelijk om ½ 11 dat lopen toch wel mogelijk was. De ernstigste buien waren voorbij. Dankzij perfect openbaar vervoer (dat mag ook wel eens gezegd worden) konden we vandaag de geplande afstand ondanks de late start gewoon afleggen. Het grootste deel van de wandeltijd was het droog. Maar af en toe was er een felle bui. De etappe is vandaag een doelgerichte rechte lijn naar het zuiden. Weinig kronkels. Met name het stuk door het Bergherbos en door Duitsland is erg mooi. Voor zover je tenminste van Duitsland kunt spreken. De grens is niet herkenbaar en je krijgt de indruk dat je in Hoch Elten met de Nederlandse taal wel heel erg goed uit de voeten kunt. In feite bevind je je hier ook in voormalig Oost-Nederland. Alleen de afdaling van Hoch Elten naar het Rijndal heeft iets onnederlands. Na de afdaling kom je in Spijk uit. Dit dorp bevindt zich echt in een uithoek van ons land. Troosteloos met kraak noch smaak. Zo’n uithoek zijn we nog niet eerder tegengekomen. Echt zo’n dorp waar je nog niet dood gevonden wil worden en waar je waarschijnlijk ook nooit meer terugkomt. Net zoals in Hoch Elten is ook hier alles gesloten. Is het vandaag de eerste keer dat we non-stop gelopen hebben, omdat er geen enkele gelegenheid onderweg geopend was (en omdat het buiten te nat is om onderweg even ergens te gaan zitten)?

Gelukkig stopt het met regenen, zodat we de laatste kilometers over de dijk naar Tolkamer droog kunnen afleggen. Veel tijd om Tolkamer te bekijken hebben we niet, want de bus wacht op ons. Best jammer dat we hier niet 10 minuten meer hadden, want Tolkamer ziet er met zijn rivierkade heel aardig uit.

 
11e etappe: Beneden de rivieren

 Millingen - Gennep, vrijdag 29 maart 2002, 35 km

De streek hier is katholiek en ademt een heel andere sfeer uit dan aan de andere kant van de Rijn. In de straatnamen worden tientallen pastoors en bisschoppen herdacht. We worden op staart af en toe aangesproken voor een babbeltje. De etappe start in Millingen. Aan de overkant van de Rijn zien we Tolkamer liggen. Uit praktische, vervoerstechnische, redenen kiezen we vandaag voor visueel contact met het eindpunt van de vorige etappe. Het water in de Rijn staat nog steeds heel hoog. Het begin gaat snel. Voor we het weten zitten we in Zeeland en komen we zelfs bij Nieuw Zeeland aan. Er liggen grote indrukwekkende boerderijen in de Ooijpolder. En zodra het asfalt gaat vervelen gaat de route Duitsland in: naar Zyfflich, een dorpje dat geen enkele Nederlander kent, behalve hij of zij die ooit het Pieterpad heeft gelopen. Meteen over de grens ademt de streek weer een heel andere (rustige) sfeer uit, zoals in Leuth. Hoewel direct over de grens erg veel Nederlanders wonen: Op zoek naar goedkope huizen en hoge kinderbijslag. Bij Beek de grens weer over om de Duivelsberg te beklimmen. Vanaf hier tot aan Gennep is het weer fantastisch mooi: een fraai golvend landschap. Het lijkt wat op de Ardennen, maar dan in het miniatuur. En met vriendelijkere mensen. Het is druk in de bossen. Het weer is fantastisch mooi en omdat het Goede Vrijdag is zijn veel mensen vrij. Nog nooit zoveel Pieterpadlopers en wandelaars gezien als vandaag. Voorbij de Sint Jansberg loopt het Pieterpad weer op de grens van Nederland en Duitsland. De grens is in het landschap heel duidelijk te herkennen: Nederland is vlak boerenland en op de grens gaan de bossen direct stijl omhoog. Nederland is het maasdal en in Duitsland liggen de maasduinen. Echt een natuurlijke grens. De laatste 6 ½ kilometer naar Gennep is even doorbijten. Een rechte lijn over een asfaltweg door de akkers is niet het meest inspirerend.

 12e etappe: Ome Piet

 Gennep - Wanssum, vrijdag 26 april 2002, 30 km

Met de auto vlot naar het eindpunt van de vorige keer gereden. Het is tijd voor de volgende schakel aan de ketting te rijgen. Via de Groene Streep en heidevelden met vennen en Schotse Hooglanders naar Afferden. Een pontje zet ons over de Maas, die hier niet erg breed is, en brengt ons in Noord Brabant. De velden zijn hier van elkaar afgescheiden door meidoornhagen. Weer een heel ander landschap. Vierlingsbeek wordt gekenmerkt door een hele grote, vrij nieuwe, kerk, die ongetwijfeld nooit meer vol zal zitten. In een café te Vierlingsbeek ligt een hele stapel “Pieterpadboeken”. Hierin schrijven pieterpadders hun wandelbelevenissen op (en een enkele niet-pieterpadder die niet begrepen heeft dat hij/zij niet geacht wordt in zo’n boek te schrijven). Sociologen en/of sociaal-geografen kunnen een aardige studie op basis van deze boeken verrichten. Naast de normale verhalen (wie liep wanneer hoe ver) valt ons op dat veel schrijvers het hebben over “ome piet”. Op dat moment kunnen we ome piet nog niet plaatsen, al schiet ons beiden wel een bankje bij de pont te Afferden binnen waarop met grote letters zijn naam geschreven staat. Even later, tussen Holthees en Smakt, komen we hem tegen: een man met pieterpadpet en pieterpad-T-shirt die ons aanspreekt en naar overnachtingservaringen lang de route vraagt. Voorts houdt hij de markering op dit gedeelte in orde en verkoopt hij pieterpad-T-shirts. Een kleurrijk type. In Smakt komen we wederom in Limburg. Direct vinden we de eerste kapel. Deze is aan Sint Jozef gewijdt. Je kunt deze Heilige, getuige het boek op het altaar alles vragen. Zo is er iemand die om zielenrust voor zowel haar in januari overleden vader, als voor het deze week aangereden hertje dat afgemaakt moest worden, vraagt. Een kapelletje of wat later bereiken we Wanssum, een weinig aantrekkelijk dorp met nogal wat industrie, een jachthaven en 1x per 2 uur een rechtstreekse bus naar Gennep. Dankzij internet weten we dat. Handig hoor!


   13e etappe: Het sluitstuk, halverwege

 Wanssum - Tegelen, maandag 15 juli 2002, 35 km

Een historische dag, omdat vandaag het noord- en zuidstuk van het Pieterpad met elkaar verbonden worden (let maar op data van de wandeldagen). Aan de ene kant voelt dat prettig. Vandaag wordt iets afgerond. Aan de andere kant is het ook wel jammer. Het Pieterpad is een mooie route, waarlangs veel te genieten valt. We vertrekken met de instelling dat vandaag een grote afstand afgelegd moet worden. Die instelling verdient zich direct terug. Je loopt wat harder door en je pauzeert, in het begin van de dag, wat minder. Tussen kwart over 9 en kwart voor 1 leggen we 21 kilometer af. Dat is gemiddeld 6 kilometer per uur. En dan heb je al heel wat meegemaakt. In deze streek liggen opvallend veel dorpen. Misschien wel om de 3 kilometer. Er zijn heel veel kapelletjes en wegkruizen. Het landschap is erg afwisselend. Dan weer een open stuk, dan weer een bos. In een bos met grote oppervlaktes stilstaand water worden we flink geplaagd door de muggen. Het is vochtig en warm. Dat wil wel. Even later zien we een ree in zo’n grote plas water. Het beest weet niet hoe snel het de plas uit moet komen zodra hij ons gezien heeft. Een erg mooi gezicht. Net televisiebeelden. Het is vandaag druk met Pieterpadlopers. De gemiddelde leeftijd valt op. Afgezien van een enkele jongere die het gemiddelde drukt, lopen veel 50+-ers het pad. Ze hebben groot gelijk. Na een pontje en een stukje langs de Maas bereiken we Venlo: de meest Duitse stad van Nederland. Het aantal Duitsers op straat valt op en er is zelfs een warenhuis (“die 2 Brüder von Venlo”) met uitsluitend in het Duits aangeprezen producten “für das Hollandgefühl”. Het laatste stukje naar Tegelen is mooi als een toegift. Bij een zandafgraving wordt aan natuurontwikkeling gedaan en even later is een modderpad (het modderigste van de hele route?) echte natuur. Het eindpunt in Tegelen stelt niets voor: een bushalte in een buitenwijk. Gelukkig komt de bus er precies aan. Dat is tenminste iets. Thuis worden we verrast met grote medailles en oorkondes, omdat we het Pieterpad volbracht hebben. Heel leuk!

 14e etappe: Langs de rand van Nederland

 Tegelen - Sint Odiliënberg, vrijdag 27 april 2001, 35 km

“Ik loop het Pieterpad met mijn moeder. Maar ik wil het Pieterpad helemaal niet met mijn moeder lopen. Ik wil het Pieterpad lopen met mijn bloedmooie blonde vriendin. Maar ik heb geen vriendin. En dus loop ik het Pieterpad met mijn moeder.” (Citaat uit het Pieterpadboek in café de Witte Steen aan de grens bij Reuver.) De etappe van vandaag loopt voor een groot deel langs de grens. Nooit geweten dat Nederland echt een rand heeft: een steile afgrond (helling) van misschien wel 40 meter hoog. Duitsland ligt boven en Nederland onder. De afgrond is ontstaan doordat de Maas zich ingesneden heeft in een plateau. Bijzonder om te zien. Mooi om langs te lopen. Ook nu de grensslagbomen verroest en doorgebogen zijn en de grenspalen met mos overwoekerd zijn blijft de grens herkenbaar.

Dwars door een lelijk industrieterrein lopen we Roermond binnen. Het is de moeite waard om uit te zoeken of hier geen alternatieve route te bedenken valt. Zeker als je zoals wij niet naar Roermond zelf toe gaan, maar doorlopen naar Sint Odiliënberg. Vlak voor Sint Odiliënberg loopt de route over het erf van een Limburgse boerderij. Het erf lijkt verspert in verband met de mond- en klauwzeercrisis. De boerin komt al aanlopen…. Maar ze wijst ons op een bak met water. Als we daar even met onze schoenen in gaan, mogen we door. Geen punt natuurlijk.


   15e etappe: In het bronsgroen eikenhout

 Sint Odiliënberg – Sittard, vrijdag 26 november 1999, 33 km

Dat het ook in november mooi wandelweer kan zijn wordt vandaag bewezen. Het weer speelt bij lange afstandswandelingen een grote rol. Bij regen loop je met je hoofd naar beneden, het landschap is grauw en de horizon ligt dichtbij. Op een dag als vandaag loop je met het hoofd omhoog, de zon kleurt het landschap in mooie najaarskleuren en de vergezichten zijn adembenemend. We karakteriseren deze etappe vandaag dan ook als onvermoed zeer mooi en afwisselend. Maar eerlijk is eerlijk. Het mooie weer zal wel bijgedragen hebben aan dit gevoel. Van Sint Odiliënberg lopen we naar Montfort door naar Pey (gemeente Echt). Daar drinken we bij een manege vol onvervalste onverstaanbare Limburgers een kopje koffie. Niet alleen het landschap verandert als je loopt langzaam, ook de mensen veranderen. Groningers zijn toch heel andere mensen dan Limburgers, of Randstedelingen. Limburgers zijn voor ons niet of nauwelijks te verstaan. In het najaar zijn de bossen nat. Door het slik lopen we naar het gehucht Slek. In Limburg liggen meerdere kleine dorpen. Makkelijk als je onderweg wat wilt drinken. Ook bij Tanja in Susteren gaan we op de koffie. Tanja mag niet in het boekje van het Pieterpad. Volgens de auteurs ligt haar koffieshop net te ver van de route. Dit betwijfelen wij, omdat haar koffieshop vanaf de route duidelijk zichtbaar is. Tanja heeft een nieuw verzoek ingediend en hoopt dat haar koffieshop in de volgende druk opgenomen wordt. Via Nieuwstadt, dat als we het goed begrijpen een felle strijd voert tegen een gemeentelijke herindeling lopen we tegen de klok naar Sittard. Wandelen kan goed in november, maar het is wel vroeg donker. We hebben geen tijd meer om een kasteel in Limbricht goed te bekijken en voor een foto is het te donker.
 

< style="text-align: center;"> 16e etappe: Op weg naar het einde?  

Sittard – Maastricht, zondag 5 september 1999, 32 km.

Vanuit het station van Sittard gaat de route dwars door het centrum en direct omhoog, een berg op met religieuze bouwsels en afbeeldingen in een parkachtige omgeving. Een kruisweg? In ieder geval een erg mooi stukje om te wandelen. Windraak, Schweikhuizen, Spaubeek en Schimmert heten de plaatsjes waar we door heen komen. Als je veel speeksel in je mond hebt, zijn deze plaatsnamen volgens ons makkelijker uit te spreken. Onderweg doen we een botanische tuin aan. Het kan nooit kwaad je botanische kennis te verrijken. Uit het gastenboek blijkt dat voor ons ook de vrouwen van de Zittardse handbalploeg oet Zittard de botanische tuin bezocht hebben. Dat wil zeggen de dames die pal na de oorlog in het eerste team gespeeld hebben. Naar welke kruiden zij op zoek zijn geweest is onbekend. Om Valkenburg aan de Geul aan te kunnen doen lopen we een “Pieterpad – alternative”. Als we goed rekenen zijn we 25 jaar geleden hier op vakantie geweest. De ruige jongerencamping van weleer is veranderd in een keurige familiecamping met zwembad aan een snelweg. In Valkenburg zelf blijkt dat ten langen leste de soulkikkers van de rockers gewonnen hebben. Discotheek Ahoy bestaat nog steeds en lijkt, van buitenaf gezien, nog steeds goede zaken te doen. Van “het Hol”, ons muziekpaleis van weleer, is geen spoor meer te bekennen. Het Hol schijnt al lang geleden in een opslagruimte omgetoverd te zijn. Het is heerlijk zomers weer en dus drinken we een grote bier op een terrasje. Met uitzicht op de plek waar een eeuw geleden Neerlands eerste dodelijke ongeluk met een auto plaatsvond. Toch gek dat dit soort gebeurtenissen nog steeds niet met een plaquette herdacht worden. ANWB misschien een idee? Met een pilsje in de benen moeten we omhoog naar Berg en Terblijt. Dat valt niet mee, zeker niet met dit weer. Via Bemelen naar Maastricht. Onderweg komen we langs de Bemelense Berg en een door mensenhanden uitgehakte grot in de mergel. Waarschijnlijk hebben hier ooit mensen ingewoond. Klokke zes lopen we Maastricht binnen. Ik was niet van plan te melden dat we in de stad de stadsbus naar het centrum genomen, maar aangezien Frank dit op het bandje verklapt, zal ik het maar toegeven. OK in Maastricht hebben we een paar onaanzienlijke straten overgeslagen. We komen moe in het centrum aan. We slapen in een botel in swingend Maastricht. Frank Boeijen speelt op het Vrijthof en ook elders in de stad is volop muziek.