Het Pelgrimspad
Een tocht diagonaal door Nederland: van Valkenburg naar Den Helder; van ZO naar NW.

Samengesteld uit:
Pieterpad (Valkenburg-Sittard);
Pelgrimspad (Sittard-Schoonhoven)
Intermezzo (Schoonhoven-Boskoop)
Koninklijke weg (Boskoop-Den Haag)
Duin- en Kustpad (Den Haag-Den Helder)



Tegen de richting in 
1: Valkenburg - Sittard, maandag 10 juli 2006, 23 km


We beginnen het Pelgrimspad met een stukje van het Pieterpad. Het begin van een wandeling diagonaal door Nederland: van Valkenburg naar Den Helder. Uit de twee opties die er zijn om naar het noorden te gaan (Pieterpad en Pelgrimspad), kiezen we voor de eerste optie. Het Pelgrimspad zal ongetwijfeld ook heel mooi zijn, maar kronkelt als een worm in een zoutbad. Het Pieterpad is van Valkenburg naar Sittard gegarandeerd mooi. We vinden dit een genoeg reden om nu de route tegen de richting in te lopen.

Het is weer prachtig. Markante punten, zoals kerktorens, kastelen en typische boerderijen herkennen we. Hele stukken van de route, met name in de bossen en velden, komen ons als nieuw voor. De stuk door het Ravensbos is, omdat we de vorige keer een alternatieve route gelopen hebben, voor ons nieuw. Het Ravensbos is echt de moeite waard. Door het dal van de Ravensbeek lopen we langzaam omhoog. Dan komt een heel stuk ons bekender voor, maar dat is niet minder mooi. Na Windraak, waar water is voor “Pieterpadders en zo meer” besluiten we een kleine omweg te maken en een stukje Duitsland mee te pikken. Je ziet dat de structuur van de paden niet op elkaar aansluit, maar je ziet ook dat de grens vervaagd is. Met moeite ontdekken we een paar grenspalen tussen de brandnetels. Vanaf de grens gaat het via de Akerweg vlot naar Sittard toe. We dalen en dat gaat, zo herinneren we ons, heel wat sneller dan stijgen. Het is een hele warme dag. De terrasjes op markt van Sittard doen goede zaken. Wij dragen daar, met alle plezier, aan bij.


Het echte Pelgrimspad
2: Sittard - Thorn, vrijdag 10 november 2006, 32 km

Wandelen is een soort verslaving. Op een gegeven moment is de nood zo hoog, dan moet je gewoon weer verder met het wandelpad. Vandaag is het gelukkig zo ver. Het weer werkt erg mee. Voor de tijd van het jaar is het heerlijk. Limburg is echt anders dan de rest van Nederland. Dat hoor je aan de taal, dat zie je in de vele dorpen, de kronkelwegen en aan naambordjes (zoals bijvoorbeeld “Platz” voor markt en tweetalige plaatsnaamborden). Via Limbricht en Born komen we in de strook land tussen het Julianakanaal en de Maas. Dit voor ons onbekende gebied, wat in 1995 erg te lijden heeft gehad van overstromingen, ligt erg geïsoleerd en is kent daardoor zijn eigen charme. Er zijn nauwelijks doorgaande wegen. De dorpjes zijn authentiek gebleven en missen de standaard uitbreidingswijken die je elders altijd ziet. De Maas ligt er ongetemd in een diep rivierbed bij. Het water staat laag en het is moeilijk voor te stellen dat deze rivier de overstromingen veroorzaakt heeft. Bij Maaseik steken we de Maas over. Je bent direct in België. Een heleboel dingen zijn anders, maar de streek blijft gewoon Limburg. Ook het gebied tussen Maaseik en Thorn kennen wij niet. Het Pelgrimspad volgt hier een aantrekkelijk tracé langs onbekende dorpjes en plekjes (zoals de Willibrordusput). Door de Maas, die de grens vormt, is er in dit gebied weinig verkeer. Het gebied is een uithoek waar je alleen komt als je er moet zijn. Dat brengt de charme met zich mee. Het eindpunt van de dagetappe is Thorn: Het witte stadje dat tot 1795 een klein zelfstandig vorstendom was. In bruin café de Zonnewijzer krijgen we een stempeltje als bewijs dat we het Pelgrimspad gelopen hebben. We horen hier dat Thorn binnenkort als gemeente opgeheven wordt (eerst een zelfstandig vorstendom en 200 jaar later niet eens meer een gemeente; het kan verkeren) en we krijgen een onsamenhangend verhaal over bokken en geiten en twee harmonieorkesten te horen.

Op weg naar Santiago?
3: Thorn - Weert, vrijdag 15 december 2006, 30 km

Vandaag bewijst dat ook in december goed gewandeld kan worden. Je moet er wel rekening mee houden dat het vroeg donker wordt. Dus op tijd weg van huis, zodat we om kwart over 10 (na een kop koffie in Thorn) echt aan de wandeling kunnen beginnen. Wonderlijk hoe dicht de dorpen Thorn, Ittervoort en Hunsel bij elkaar liggen. Alle drie dorpen met eigen voorzieningen (kerk, café, nog een café en wat winkels). In Hunsel komen bij de Sint Jacobuskerk twee pelgrimspaden naar Santiago de la Compostella bij elkaar. Natuurlijk geloof ik het bordje, maar in mijn hart vraag ik me af hoeveel pelgrims hier jaarlijks langs komen op weg naar Santiago. De hele dag komen we geen andere 'pelgrims' tegen. Over fraaie onverharde paden gaat het verder door velden en bossen. De route slingert behaaglijk door het land en nooit kunnen we ver voor ons uitkijken. Het is een zonnige dag. We boffen. Bij de Tungelerwallen stuiten we midden in de bossen op de fundamenten van een voormalig Ambonezenkamp. Op de fundamenten na is er weinig van te zien dat hier niet eens zo heel lang geleden Ambonezen woonden. Het bos overwoekert de sporen in een hoog tempo. Nog even en er is helemaal niets meer te zien. Verder over onverharde paden komen we in de buurt van Weert in geciviliseerd bos. Een grote kinderboerderij, een keurig onderhouden ven en een groot openlucht zwembad laten zien dat de Weertse bevolking geacht wordt hier te recreëren. Om bij het station te komen lopen we nog ongeveer 2,5 kilometer door Weert. Er staan mooie villa’s langs de weg, maar in de achtertuin staat industrie. Toch niet echt mooi wonen.


Hoeveel bomen er stonden en hoe ver het was
4: Weert - Heeze, vrijdag 2 februari 2007, 38 km

Elf minuten met de trein. Langer duurt het niet om van Heeze (vlakbij Eindhoven) naar Weert te gaan. Als je gaat  lopen duurt het ruim 7 uur! Wij lopen van Weert naar Heeze. Eerst richting de Weerterbergen. Daar zijn eeuwenoude grafheuvels. Een paar honderd om precies te zijn. Grappig om te zien en een bijzondere gedachte als je denkt aan de mensen die hier ooit hun doden begroeven. We kruisen hier drie keer een enkelsporig goederenlijntje. Spoorwegarbeiders zijn het lijntje aan het opknappen. Het NIVON-wandelboekje leert ons dat het hier om de IJzeren Rijn gaat. De spoorlijn, die de havens van Antwerpen met het Ruhrgebied moet gaan verbinden. We hadden ons altijd wat groters bij deze spoorlijn voorgesteld. Dan gaat het pad naar het noorden de bossen in. Allemaal bomen, bomen, bomen en heide met vennen. Best mooi hoor, maar daarna komen weer allemaal bomen en bomen. Op de grens tussen Limburg en Brabant wordt het woud van bomen onderbroken door een open vlakte waar herten uitgezet zijn. Het terrein is nu nog omheind, maar eens moeten de hekken weg. Precies op de grens ligt de grenskerk. Een Limburgs openluchtkerkje, waar Brabanders ten tijde van de Hollandse geloofsvervolgingen naar toe trokken om de eucharistie bij te kunnen wonen. Aan het eind van de tachtigjarige oorlog, in 1648, hoorde Brabant bij de Republiek en werd het katholieke geloof verboden. Limburg bleef Spaans en rooms. Vandaar. Na het grenskerkje volgt nog meer bos. Tijdens een rustpauze, na ruim 21 kilometer gelopen te hebben, komen we er achter dat we ons wat verrekend hebben. De etappe van vandaag is geen 38 kilometer, maar 42,5. Oef! We bestuderen de route nog eens goed en besluiten wat bochten er uit de route te halen, maar wel door de bossen en heide te blijven lopen. Door de grote afstand krijgt de etappe van vandaag trekjes van een prestatietocht. Gelukkig wordt de route mooier en mooier. De Strabrechtse Heide is echt een topper. Wat een enorm groot mooi open gebied. Het is er erg rustig. Dat zal wel met de tijd van het jaar te maken hebben. Jammer genoeg is het geen helder weer. Om kwart over vijf komen we in Heeze aan. Voldaan, omdat we het weer volbracht hebben. Wel een beetje jammer dat onderweg helemaal geen dorpjes lagen. Gelukkig hadden we voldoende eten en drinken bij voor onderweg. Echt een must op deze etappe.

Een mooie streek, maar een suf dorp
5: Heeze - Steensel, vrijdag 6 april 2007, 23 km

Heeze is een mooi dorp. Zorgvuldig aangelegde tuinen, mooie huizen. Hier zullen veel mensen wonen die in Eindhoven werken. We lopen het dorp uit en over een lange rechte bosweg leggen we de eerste kilometers af. De route is aangenaam, door bossen, en heide en langs vennen. En net zoals bij de vorige etappe - en anders dan in Limburg – worden dorpen zorgvuldig gemeden. Zouden die Brabanders wat te verbergen hebben? Schamen de samenstellers van de route zich voor de dorpjes? Dat vermoeden wordt sterker als we bij het eindpunt van vandaag aankomen: Steensel. Een suf dorp wat je maar beter kunt verbergen en waarvandaan je het beste zo snel mogelijk kunt vertrekken. De hoogtepunten van vandaag?
1- De hut van Mie Pils. Dat is een oude pleisterplaats waar paarden van postkoetsen vervangen werden en die nog steeds bestaat. Inmiddels is het een leuke uitspanning in het bos waar het op mooie dagen ongetwijfeld erg gezellig is. Aan de muur hangt een originele rijwielhulpkist van de ANWB. Handig voor fietsers. Helaas vergeten wij een stempeltje te halen als bewijs dat we hier ook echt geweest zijn.
2- De bossen, de heide, de vennetjes en de velden.
Dieptepunt is zoals gezegd Steensel. Er is zowaar een terrasje voor een onpersoonlijk motel. Vooral te gebruiken als je op de bus wacht. Je kunt het beste zo snel mogelijk naar Eindhoven gaan (wat we ook doen), omdat het daar echt gezellig is.   


Nog meer heide en vennen

6e  etappe:   Steensel - Middelbeers, zaterdag 9 juni 2007, 22 km

Volgens de weersverwachting zou het vandaag 29° C worden met aan het eind van de middag heftig onweer. Dat betekent dat we ons plan om vandaag te gaan wandelen door kunnen zetten. In de regen rijden we naar Middelbeers waar we de fietsen, voor de terugreis, uit de auto halen. Het blijft regenen tot in Steensel en warempel daarna wordt het vrij snel droog. De bossen zijn, door de stortbuien van vannacht, erg nat. Dat mag de pret niet drukken. Gewoon goed opletten waar je je voeten neerzet. Al vrij snel na Steensel zien we in het bos het eerste Mariakapelletje. Gebouwd in 2002 en - ja hoor – er zit iemand te bidden. Voor Noord-Nederlandse begrippen een onbekend tafereel. Volgens het wandelboekje moet je hier ook nog rode Lucia-draadjes kunnen krijgen. Dat helpt tegen bloedingen begrijpen we. We hebben er nu geen last van, maar als de nood aan de man komt zullen we zeker aan Sinte Lucia denken. De wandeling van vandaag is erg afwisselend. Dorpjes en bossen wisselen elkaar af. We komen door Steensel, Knegsel, Vessem en Middelbeers. Op Steensel na, allemaal leuke ruim opgezette plaatsjes. Na Vessem begint het helaas weer te regenen. De wandeling is daardoor anders. Meestal praten we tijdens het lopen veel. Als het regent loop je meer in jezelf gekeerd. Het mooiste gedeelte van de wandeling van vandaag is ongetwijfeld de heide vlak voor Middelbeers. Door de nattigheid stil en verlaten. Op een kudde witbruine koeien na. In Middelbeers drinken we nog wat. Totdat het helemaal droog is. Dan stappen we op de fiets om naar de auto in Steensel te gaan. Het openbaar vervoer is beroerd in deze streek. De fiets is vandaag het juiste vervoermiddel om terug te gaan. Want het blijft droog.


De Heilige Eik
7e etappe: Middelbeers - Haaren, vrijdag 6 juli 2007, 21 km

Zoals eerder gezegd is het Pelgrimspad in Brabant moeilijk met openbaar vervoer te bereiken. Daarom deze keer weer de auto-met-fiets-variant van reizen. We zetten de fietsen in Haaren en rijden met de auto door naar Middelbeers. We zetten de auto daar op het pleintje waar we de vorige maand onze fietsen hadden staan. Vanuit Middelbeers lopen we vrijwel direct de bossen in. Het Pelgrimspad doet vandaag zijn naam eer aan. Er staan onderweg meerdere kapelletjes in de bossen. Meest bijzondere is de Heilige Eik. Het klinkt als afgodenverering, maar het gaat om een Mariakapel bìj een oude eik. Zou het om een oude heidense plek gaan die door de katholieke kerk overgenomen is? De kapel staat midden in het bos, is bijzonder groot en heeft aan de voorkant nog een extra partytent-achtige plastic luifel om de kapel nog groter te maken. De kapel is vrij toegankelijk. Er is niemand te zien en toch branden er een heleboel kaarsen. Zouden die kaarsen in de hoogzomer, met het oog op bosbrandgevaar, ook branden?
Na de Heilige Eik steken we de snelweg over en verdwijnen bij Spoordonk opnieuw in de natuur. Deze keer in het dal van de Beerze. We zeggen tegen elkaar dat de natuur er hier zo mooi uitziet, dat die wel opnieuw aangelegd zal zijn. Een nauwkeurige bestudering van het boekje versterkt ons in deze conclusie. Na het dal van de Beerze volgt de Kampina. Ook heel erg mooi, al ziet de heide er vergrast uit. Een kudde schapen of een wat grotere kudde paarden zou helpen. Na de Kampina lopen we nog langs een landgoed met een oud kasteeltje. Het gebeid is in gebruik bij het Brabants Landschap. We denken eerst dat het eensoort bezoekerscentrum is, maar dat valt tegen. Het is een kantoor en hier wordt gewerkt. Veronderstellen we. Vandaar lopen we door naar het dorpscentrum van Haaren. De route van vandaag is zondermeer een van de mooiste trajecten van het Pelgrimspad tot nu toe.


Dat gaat naar Den Bosch toe
8e  etappe: Oisterwijk – Haaren -  ’s-Hertogenbosch, vrijdag 18 mei 2007, 25 km

Om vervoerstechnische redenen kiezen we er voor deze etappe eerder dan gepland te lopen. Lopen van station (Oisterwijk) naar station (Den Bosch) is altijd het gemakkelijkste. Van het station van Oisterwijk moeten we eerst een paar kilometer langs een vrij drukke weg lopen voordat we op het Pelgrimspad zijn. Dit zijn verreweg de minst mooie (en meest drukke) kilometers van vandaag. Tip voor de uitgever van het pelgrimspad: “Als de route echt niet langs stations geleid kan worden, beschrijf dan mooie aanlooproutes vanaf stations naar de route toe.” Ik weet zeker dat veel wandelaars u dankbaar zouden zijn. Bij Haaren pikken we het Pelgrimspad op. De route is direct mooi: een onverhard pad dwars door velden en bossen. Ook deze keer worden dorpen omzeild of hoogstens aangetipt. Wij zouden het aangenamer vinden als de route iets vaker door een leuk dorpje zou gaan. Door de bossen komen we in de buitenwijken van Vught uit. Wat een kapitale villa’s staan hier. Het zet je aan het denken. Maar ik geloof nooit dat de mensen die hier wonen gelukkiger zijn dan ik. Bij de IJzeren Man gaat het even mis. Per ongeluk volgen we een stukje van het pelgrimspad van Amsterdam naar Den Bosch. Vanaf de IJzeren Man loopt het Pelgrimspad vanuit het zuiden samen met het pelgrimspad vanuit het noorden. Een beetje onlogisch is dat wel. Na de navigatiefout hersteld te hebben dwalen we langs de Vughtse Lunetten. Een mooi, maar historisch zwaar beladen gebied. In een van de lunetten staat een nationaal monument om ons te herinneren aan de in de Tweede Wereldoorlog gefusilleerde gevangenen. Indrukwekkend. Het idee dat na de oorlog het concentratiekamp een opvangkamp voor Molukkers werd, is zonder meer bizar. Wat een andere tijd. Na een pauze bij het monument lopen we het laatste stuk naar Den Bosch toe. Een hele mooie landelijke route brengt ons tot in het centrum van Den Bosch. Wandelen op de vestingwallen van Den Bosch is heel bijzonder. Vanaf het historisch centrum kijk je zo de onaangetaste polders in. Uiteraard hoort een bezoekje aan de Sint Jan bij de wandeltocht. Voor het Mariabeeld van  de Zoete Moeder van Den Bosch brandt een zee van kaarsjes. Er zitten veel mensen te bidden. Hoeveel van deze mensen zouden ooit een stukje Pelgrimspad gelopen hebben?

Loonse en Drunense duinen
9e etappe:  Vught – Heusden, woensdag 21 november 2007, 30 km

Als je het Pelgrimspad klakkeloos volgt, loop je het stuk van station Den Bosch tot aan de IJzeren Man (het meer bij Vught) twee keer. De heen- en terugweg is precies hetzelfde. Acht precies dezelfde kilometers.Dat trekt ons niet en daarom starten we bij station Vught. Vanaf daar is het ongeveer twee nieuwe kilometers door villawijken naar de IJzeren Man. Al snel bereiken we de bossen, waar we urenlang doorheen zullen dwalen. Precies op de goede punt komen we onderweg De Rustende Jager tegen, een horecagelegenheid midden in het bos. Er zijn zowaar behoorlijk wat klanten. Al vermoeden we, als we om ons heen kijken, dat wij de enige wandelaars zijn. Volgens het boekje zijn de Loonse en Drunense duinen het grootste stuifzandgebied van Europa. We betwijfelen dat. De Soesterduinen en het Kootwijkerzand zijn volgens ons minstens even uitgestrekt. Maar goed. Lopen door een zandverstuiving is ieder geval zwaar. Nadat we een kanaal zijn overgestoken bereiken we het centrum van Drunen. Aan het dorp kun je zien dat het leven op de Brabantse zandgronden vroeger armzalig was. Het is pas half drie en daarom lopen we door naar Heusden. Over een mooie dijk, die om een onbegrijpelijke reden “Zeedijk” heet. Het is een mooi contrast: eerst de stille bossen en daarna over een stille dijk met een weids uitzicht. En als extraatje komt de zon ook nog even door. Dan ziet de wereld er toch veel mooier uit. Tamelijk vermoeid bereiken we om half vijf Heusden. We kenden Heusden niet. Op het haventje na. Dat herkennen we van de televisie als aankomsthaven van Sinterklaas. Heusden is een monumentaal vestingstadje. Buiten de wallen mocht niet gebouwd worden en daardoor is de ligging karakteristiek. Het heeft wel iets van een openluchtmuseum, en omdat er helemaal geen toeristen zijn, ligt het stadje er mooi en verstild bij.

 Maas, Waal, wind en natte koekskes
10e  etappe: Heusden -Woudrichem, vrijdag 25 januari 2008, 31 km
Langzamerhand wandelen we steeds dichter bij huis en dat heeft als belangrijk voordeel dat de reis naar het beginpunt niet zo lang duurt. Belangrijk nadeel is dat het landschap steeds meer begint te lijken op de weilanden bij ons in de buurt. De wandeling gaat vandaag door Gelderland en Noord-Brabant, maar het had net zo goed Holland kunnen zijn. Vanaf het startpunt te Heusden lopen we naar het Bernse veer, dat speciaal voor ons, gratis en voor niks, heen en neer gaat. Zo lopen we Gelderland binnen. Omdat het winter is, vaart het veer bij Nederhemert niet en moeten we een stukje over de hoofdweg, maar al snel komen we bij een lang onverhard modderpad dwars door de polder. De Eendendijk als ik het wel heb. Aan het eind van de Eendendijk ligt Aalst. In de plaatselijke supermarkt halen we een paar Snickers. We zijn getuige van een mooi dorpstafereeltje, waarin iedereen nog alle tijd heeft. In onvervalst Brabants stelt de caissière vast dat de koekskes nat zijn. Nou ja, eigenlijk is alleen de verpakking van de appelkruimelvlaaitjes nat, maar dat is voldoende om er nog iemand bij te halen. Gedrieën controleren ze de complete boodschappenboel. Zo spelen de koekjes de hoofdrol in een kleine ramp. Wat zou er toch lekken? Wij genieten van het onvervalste Brabants, tot een van de winkeldames op het idee komt ons bij een andere kassa te helpen. Brakel is het volgende Gelderse dorp waar de route naar toe leidt. Een aardig dorp, maar wel erg winderig en kaal. Helaas ontbreekt in Brakel een horecagelegenheid. Er zit dus niets anders op dan gewoon doorlopen. Het is te koud en te winderig om onderweg ergens in het gras een pauzetje in te lassen. Na een modderpad, de afsluitdijk en nog een modderpad komt langzamerhand Woudrichem in zicht. Links ligt Noord-Brabant, rechts Gelderland en recht vooruit Zuid-Holland. Het is allemaal in één oogopslag te zien en het ziet er allemaal hetzelfde uit. Op een wandeldag als deze overheerst het sportieve element. Dankzij de GPS vinden we snel de bushalte. Lijn 121 komt keurig 5 minuten later aanrijden om ons rechtstreeks terug naar Heusden te brengen. Dank u wel Arriva!


De Alblasserwaard
11e  etappe:  Gorinchem -Schoonhoven, vrijdag 18 april 2008, 35 km
Vooraf leek deze etappe ons niet erg aantrekkelijk. We verwachtten een weinig afwisselend landschap met eindeloos lange rechte wegen. Schoonhoven is het enige logische eindpunt als je in Gorinchem start en daardoor is de afstand die afgelegd moet worden groot (circa 40 kilometer). De etappe is echter veel leuker dan we dachten en de kilometers lopen makkelijk weg.  We gaan met de auto naar Schoonhoven, parkeren de auto, steken met de veerpont de Lek over en stappen aan de overkant in de bus. Nou ja, bus... In het busje bevinden zich acht stoelen. En die zijn al snel bezet. Onderweg staan in totaal nog vier mensen te wachten die ook mee willen en staan is in de bus verboden. De chauffeur is snel over te halen en met in totaal twaalf zittende mensen aan boord (waarvan vier op de grond) bereiken we Gorinchem. De chauffeur is helemaal gelukkig. Dit gebeurt hem nooit. Meestal zijn er slechts twee passagiers en nu zijn er TWAALF mensen in zijn busje. Het straalt van hem af. Nog ín  Gorinchem klimmen we over een aantal hekken om over een dijk langs een kanaal naar het westen te lopen. Er is geen markering, maar het boekje is duidelijk. Het moet kunnen en het kan. Hek of geen hek. Als we de dijk afgelopen hebben, komen we bij een aantrekkelijk natuurreservaat langs de Waal (of heet de rivier hier Nieuwe Maas?). Vervolgens leidt een onverhard boerenpad ons naar een station. Precies op het goede punt is daar een plek om een kop koffie te drinken. Dan moeten we verder om eerst de Betuwelijn over te steken. Er rijdt zowaar een trein. Om een mooi landschap te beleven moet je hier selectief kijken en luisteren. Wegdenken dus die Betuwelijn, negeer de flats aan de horizon en doe net alsof je het geluid van de snelweg A15 niet hoort. Als we naar het noorden lopen wordt het wel echt  mooi, zeker als we dwars door de weilanden lopen. Bij Bleskensgraaf besluiten we door Brandwijk te lopen en op deze wijze een paar rare kronkels uit de route te halen. Dat scheelt kilometers en we weten hoe het wandelt door het gras langs een vaart. Brandwijk is een aardig dorpje en langs de weg liggen mooie boerderijen. Die zouden we anders gemist hebben. Daarna volgt een mooi fiets- en wandelpad met vier molens dat ons naar Groot-Ammers brengt. Echt Holland. Compleet met tegen de wind in fietsende Duitse toeristen. In Groot-Ammers is een gezellig dorpscafé waar we met de lokale bevolking aan de praat raken. Met een trappistenbiertje op bereiken we het veer naar Schoonhoven.

Middagwandeling op bekend terrein

12e  etappe:  Schoonhoven-Gouda, vrijdagmiddag 15 augustus 2008, 16 km

We zijn nu zo dicht bij huis aanbeland dat we langzamerhand op bekend terrein komen. Schoonhoven en de Vlist zijn gemakkelijk vanuit huis per fiets bereikbaar. Het is aardig zomerweer, al dreigen voortdurend donkekere regenwolken. De route is mooi. Kronkelend lopen we langs de Vlist naar Haastrecht. Oer-Hollands met molens, koeien, water, gras en afwisselende luchten. Langs de Vlist fietsen of lopen is duidelijk populair. Af en toe zigzaggen we tussen fietsers en groepen bejaarde wandelaars door. Langs de Vlist passeren we een camping voor natuurvrienden. Behalve een bescheiden toiletgebouwtje is er niets. Nou ja, veel natuur dan weer wel. Kort daarna buigt het pad af en verandert in een pad tussen de akkers door.
In Haastrecht verlaten we het Pelgrimspad. We kiezen we ervoor om af te buigen naar Gouda. Als we de officiële route volgen komen we op nog meer voor ons bekend terrein en bovendien is ons voorlopige einddoel Den Haag, waar we het Pelgrimspad op het Kustpad aan willen laten sluiten. We lopen langs de Hollandse IJssel naar het westen. Tot Gouda, waar we eerst door de onbekende, maar beslist historische oude binnenstad wandelen. Op de Markt bezoeken we een van de vele drukbezochte terrasjes, om op gepaste wijze de middag nog eens aan ons te laten passeren.


Prestatietocht door het Groene Hart
13e  etappe:  Gouda – Den Haag, vrijdag 15 november 2008, 40 km

Na wat google-en vinden we een route om van Gouda naar Den Haag te lopen: eerst naar Boskoop en dan via “de Koninklijke weg” naar Den Haag. De Koninklijke weg is een nieuwe wandelroute die dit jaar uitgezet is. Het is de eerste rolstoeltoegankelijke wandelroute. Dat betekent vrijwel uitsluitend over asfalt lopen, maar dat vinden we niet erg. Veertig kilometer is een hele tippel (zeker in november als het vroeg donker wordt) en asfalt loopt dan wel zo snel. We vertrekken vroeg en al om half negen starten we in Gouda. Via de Bloemendaalseweg lopen we rechtdoor de stad uit. Prima pad, zonder auto’s met veel fietsers. Stevig doorlopend  bereiken we via Waddinxveen in Boskoop. Daar komen we op de Koninklijke weg uit, die van paleis Noordeinde in Den Haag naar het Loo bij Apeldoorn loopt. Vanaf Boskoop moeten wat ingewikkelde oranje, rood, wit en blauwe stickers ons de weg naar Den Haag wijzen. Op een flink aantal plekken zijn de stickers al verdwenen. Gelukkig hebben we de route ook op de GPS staan. Samen met wat printjes komen we er goed uit. Helaas motregent het vandaag zeer regelmatig. Het is een grijze dag. Weinig zicht. Niet de mooiste dag om te lopen en ook het landschap vinden we niet het aller-geweldigste, al zitten er best aardige stukjes tussen. De route loopt door veel dorpen. Helaas is er weinig horeca onderweg. Door dit alles krijgt de wandeling van vandaag karaktertrekken van een prestatietocht. Een handicapje is ook nog dat de afstanden van de printjes niet overeen komen met de afstanden volgens de GPS. Het maakt uit of je nog 13 of nog 17 kilometer moet lopen. Waar stel je je op in? Op de site klagen ook andere lopers hierover. Hier ligt een opdracht voor de makers van de route! Uiteindelijk vinden we – buiten de route – in Stompwijk een cafeetje, waar we ons wat op kunnen warmen met een kop koffie. Dan nog een laatste ruk naar Den Haag. Het eerste stuk is aardig. Leidschendam is een leuk oud Hollands stadje dat we niet kenden. Het stuk van Voorburg naar paleis Huis ten Bosch loopt door de stad en is duidelijk minder. Het laatste stukje (Van Huis ten Bosch naar Den Haag Centraal) is weer bijzonder. In welke andere grote stad ligt zo’n groot park-/bosgebied midden in het centrum? Vrij moe bereiken we het Plein, waar we tevreden een biertje nemen. Voldaan omdat we weer een route hebben afgerond.

Meijendel
14e  etappe: Den Haag - Noordwijk, een dag in mei 1998, 25 km

Een dagje wandelen is leuk en ontspannend. En vaak ook onvergetelijk. Het bewijs hiervan is het volgende dagverslag dat 7 jaar na dato (maart 2005) gemaakt is. Dat was nodig, omdat dit dagje wandelen jaren later ineens onderdeel van een grotere route werd. Een dagje wandelen is leuk, maar wordt nog leuker als het onderdeel van een groter geheel, een lijn van noord naar zuid, van west naar oost of van zuid naar noord wordt.
Op een dag in mei 1998 verlaten we de stationshal van Den Haag Centraal, steken het Malieveld over en vrijwel direct lopen we het Haagse Bos in. Zo snel kun je de stad uit zijn. We volgen de NS - wandeling Meijendel, die ons door stad en duin naar het strand zal brengen. Al snel doemt paleis Huis ten Bosch op. Met de legendarische vijver waarop prins Willem - Alexander in januari 2001 zijn vriendin Máxima tijdens het schaatsen ten huwelijk zal vragen. Mooie vijver hoor. Na wat gemijmer over de toekomst lopen we door naar het landgoed Clingeldael. Had dit landgoed niet iets met vredesvraagstukken te maken? En vandaar naar de Waalsdorper Vlakte. Na enige tijd bereiken we de klok bij de fusilladeplaats 1940-1945. Bekend van de jaarlijkse dodenherdenking op 4 mei. Deze plek hebben we al zo vaak op TV gezien. En dan sta je daar ineens. De bloemenkransen liggen er nog. Na wat gemijmer over het verleden lopen we de duinen in. Meijendel heet het hier. Duinen zijn mooi en functioneel. En ze hebben een heel eigen specifieke vegetatie. Wandelen door de duinen mag niet ontbreken bij rondwandelen door Nederland. Hoe dichter je bij zee komt hoe armer de vegetatie. Bij het bezoekerscentrum van  Meijendel verlaten we de NS-wandeling en steken door naar het strand. Het is mooi weer. FF zonnen dus. Op blote voeten lopen we door naar Katwijk. Daar aangekomen zien we in de verte Noordwijk liggen. Dat laatste stukje kan er ook nog wel bij. Bij het uiterst lelijke Huis ter Duin in Noordwijk beëindigen we de etappe.  

Visserspad
15e etappe: Noordwijk – Haarlem, vrijdag 11 februari 2005, 25 km

We waren van plan vandaag in Noorderwijk (in België) te starten. Maar omdat de weersverwachting regen in België en zon aan de Hollandse kust voorspelt wijzigen we onze plannen. Bovendien is Noordwijk een stuk dichterbij dan Noorderwijk. In de winter wel zo handig in verband met het licht. We parkeren de auto in Noordwijk en volgen de roodwitte markering van het “Visserspad”. Een boekje van dit pad is niet meer verkrijgbaar, omdat dit pad binnenkort opgaat in een nieuw pad: het “Kustpad”. Grote stukken lopen we door de duinen en grote stukken lopen we over het strand. Dichtbij de zee is de duinvegetatie erg arm. Hier groeit uitsluitend helmgras. En hoe verder je van zee komt hoe rijker de vegetatie wordt. Eerst verschijnen er planten als duindoorn en een heel stuk dieper het land in zie je de eerste bomen verschijnen. Mooi om te zien. Na een kilometer of 15 komen we in Zandvoort aan. Ook in de winter hebben de mensen hier iets “Amsterdams”. Duidelijk ander volk dan in Noordwijk. Na een kopje warme chocolademelk volgen we het wandelpad langs het spoor richting Haarlem. “Visserspad” heet dit wandelpad. Naar we begrijpen omdat in vroeger tijden de vissers van Zandvoort langs dit pad hun vangst naar de markt van Haarlem brachten. Het spoor en het naastgelegen wandelpad loopt dwars door de duinen. Geen autoverkeer te zien of te horen. Wat een rust. Bij Kraantje Lek komen we ineens in de bewoonde wereld. Kraantje Lek schijnt een heel oude uitspanning te zijn. En nog steeds volop in bedrijf. Via Overveen komen we in het centrum van Haarlem uit. Wat een mooie binnenstad! Op de Grote Markt (heet het plein voor de Sint Bavo zo?) drinken we op een terras in het zonnetje een pilsje. Klimaatsverandering heeft ook zijn voordelen. 

De bruid van Haarlem
16e etappe: Haarlem – Wijk aan Zee, zaterdag 3 juni 2006, 31 km

De zomer van 2006 is tot nu toe nog niet veel soeps en van wandelen is nog niet veel gekomen. Vandaag wordt veel goed gemaakt door een hele mooie etappe te kiezen op een dag dat het weer heel behoorlijk is. Het Nationale Park de Zuid- Kennemerduinen staat garant voor een mooie wandeldag. Het pad slingert door het Nationale Park om zoveel mogelijk mooie plekjes en passant mee te nemen: Het Vogelmeer, Parnassia, en de Bruid van Haarlem. De Bruid van Haarlem is een plek waar Natuurmonumenten de natuur toestaat spontaan aan duinvorming te doen. Een en ander wordt beschermd door de provincie die van deze plek direct een aardkundig monument heeft gemaakt. Als het waait schijn je boven de zandvlakte het zand te zien stuiven. En wel op zo’n manier dat er een witte waas boven de zandvlakte hangt. Als een bruidssluier. Wat gewoon zou moeten zijn kun je bijzonder maken… Na nog een tankgracht gezien te hebben gaan we bij Driehuis het Nationale Park weer uit. Net zoals in Haarlem zijn ook hier veel auto’s besmeurd met Yoghurt, boter en/of eieren. Wij houden het op een typisch streekgebruik van eindexamen leerlingen. Blij dat ik in een andere streek woon. Ik hou niet zo van auto poetsen op commando. Na een landgoed en een leuk dorpje (Oud Velsen) steken we met een pont het Noordzeekanaal over. Wat we al wisten is duidelijk te zien. Onder het kanaal wonen de chirurgen. Boven het kanaal de arbeiders. Tussen de terreinen van de hoogovens (die overigens goed gecamoufleerd zijn) lopen we door naar Wijk aan Zee. Een plaatsje waar we nog nooit geweest zijn en dat eigenlijk best aardig is om te zien.

Door de duinen en over het strand
17e etappe: Wijk aan Zee – Egmond aan Zee, zaterdag 10 juni 2006, 22 km

Al na een week zijn we weer in Wijk aan Zee. De vorige etappe smaakte naar meer. Dat “meer” consumeren we direct en dat bij een heerlijk zonnig weertje. De roodwitte markering en de GPS volgend maken we eerst een volstrekt overbodige lus langs de Hoogovens. We doen de uitgever van het wandelboekje graag de suggestie bij een volgende druk dit stukje uit de route te knippen. Na Wijk aan Zee duiken we de duinen weer in. Heel rustig en erg mooi. De duinen zijn hier vrij vlak. Er is dan ook in de duinen een zweefvliegveld aangelegd. Dat geeft wat te zien en omdat de zweefvliegtuigen geen lawaai maken is het vliegverkeer niet storend. Een groot gedeelte van de duinen is waterwingebied. Dit zorgt voor een afwisselende vegetatie. Na een tijdje hebben we de duinen wel gezien en gaan we voortijdig naar het strand. Het is heerlijk op het strand. Het mooie weer trekt veel mensen, maar omdat we nog redelijk ver van Egmond zitten is het strand niet druk. Na een kilometertje of wat strandwandelen hebben  we een beetje spijt dat we vroegtijdig de route verlaten hebben. Het strand is mooi, maar wel veel van hetzelfde. We besluiten de volgende keer gewoon de route te blijven volgen en niet in de verleiding te komen eerder het strand op te zoeken. In Egmond en op het Egmondse strand is het gezellig druk. In de schaduw nuttigen we ons welverdiende pilsje.


Brede duinen en een oud dorp
18e etappe: Egmond aan Zee - Groet, vrijdag 20 februari 2009, 21 km

Het eerste stuk van de route loopt over het strand. Ondanks de kou zijn er behoorlijk  wat wandelaars. Zijn het voorjaarsvakantiegangers, dorpelingen die een ommetje maken of kustpadlopers? We zullen het nooit weten. De zee is altijd fascinerend. Ook vandaag. Precies als zee en strand een beetje beginnen te vervelen duikt de route de duinen in. De duinen zijn nog helemaal kaal. Er is geen knop of blad te zien. Het klopt helemaal in combinatie met het kille weer en het wat wazige licht. Slingerend door de duinen bereiken we het Zeehuis, waar het NIVON zetelt. Nu een groepsvakantiehuis. Vroeger een oord waar Amsterdamse bleekneusjes op krachten mochten komen. Daarna weer de duinen in. Het pad kronkelt en dan staat er ineens een grenspaal. Waarom die paal er staat wordt ons niet duidelijk. Ook het wandelboekje van NIVON biedt geen uitkomst. Na een flinke klim op de Klimweg en een flinke daal, ook op de Klimweg, bereiken we het dorp Schoorl. Boven de wastafels in de toiletruimte van het café hangt een bordje dat het verboden is je voeten in de wastafel te wassen. Dit bordje heeft vast alles te maken met het Klimduin. Na een kopje warme chocolademelk beklimmen we opnieuw de duinen, die hier werkelijk hoog zijn. Op een van de toppen staat een heuse oriëntatietafel. Waarop  markante punten aangegeven worden zoals een chipsfabriek. De route staat hier niet goed aangegeven. Vooral de viersprong waar we onaangekondigd rechtsaf moeten is verwarrend. De GPS bewijst zijn diensten. De zee en de duinrand bieden voortdurend goede oriëntatiemogelijkheden. De etappe van vandaag eindigt in Groet. Een kleinschalig dorpje dat strak tegen de duinrand aanligt en waar je je honderd jaar terug in de tijd kunt wanen. Een toppertje onder de Nederlandse dorpen. 


Hondsbossche zeewering
19e etappe: Groet - Callantsoog, vrijdag 10 april 2009, 18 km
De hoge brede duinenrij  van Schoorl houdt abrupt op bij Groet. Ineens is er een polder en zie je in het westen de Hondsbossche zeewering liggen. De naam van deze dijk leer je al op de lagere school en verdwijnt nooit helemaal uit je geheugen. De polder achter de dijk is verrassend kleinschalig en mooi. Kronkelende weggetjes zonder veel verkeer met lage boerderijtjes. Het landschap heeft hier al iets van Texel weg. Vlak voor Petten betreden we de Hondsbossche. Bovenop de dijk zie je hoe veel verder de dijk in zee steekt dan de noordelijk en zuidelijk gelegen duinenrijen. Geen wonder dat de dijk zo hoog moet zijn. En dan te bedenken dat dit een van de zwakste schakels zou zijn in de Nederlandse kustverdediging. Veel tijd verdoen we niet met mijmeren over dijkdoorbraken. Het weer is fantastisch mooi en de wind staat lekker in de rug. Ten noorden van Petten kom je in de duinen de reactor van Petten tegen. Wat een locatie voor zo’n ding! Het schijnt dat de reactor belangrijk is voor de medische wereld, maar liever hadden we hem hier niet gezien. Even verderop besluiten we de route te verlaten om over het strand, in plaats van langs de duinrand, naar Callantsoog te lopen. Heerlijk om half april op blote voeten in korte broek langs de kustlijn te lopen. Onderweg maken we nog een kort praatje met een visser die zijn netten controleert. De vis die hij gevangen heeft kennen we niet. Op onze vraag hoe de vis heet die hij gevangen heeft, antwoordt de visser “harder”. Zegt ons helemaal niks. Thuisgekomen blijkt bij het opzoeken op Wikipedia dat de harder een subtropische vis is. Geen wonder dat we er nog nooit van gehoord hadden. Door zo’n vis realiseer je je hoe ver klimaatverandering strekt. Lekker op tijd bereiken we Callantsoog, waar we in een strandtentje in de zon een biertje nemen. Callantsoog was ooit een eiland in de dreigende Noordzee. Tegenwoordig een toeristisch plaatsje van de aangename soort: veel voorzienigen en toch ontspannen. De bus brengt ons rechtstreeks terug naar Groet. Vanaf het strand zagen  we de hoge vuurtoren van Den Helder. Daar is het eindpunt van ons wandelpad. Nog één etappe te gaan.      

De laatste etappe
20e etappe: De Noordkop Callantsoog – Den Helder, maandag 1 juni 2009 (2e Pinksterdag), 20 km
De laatste etappe van onze, wat ze in Engeland “end-to-end walk” noemen. In het Verenigd Koninkrijk kost het zo’n 120 dagen om van Land’s End naar John O’Groats te lopen. In Nederland doe je dat in een zesde van de tijd. Dat is een stuk praktischer. De zomer komt eraan en in Callantsoog is volop leven. We lopen het dorp uit door bungalowparken en campings. Overal zie en hoor je mensen praten. Overal hoor je Duits. Wat betreft drukte is er van de kredietcrisis niets te merken. De route is niet echt spannend. Na een kilometer of 5 kiezen we er voor om over het strand verder te lopen. Hoewel het heerlijk weer is en iedereen vrij is omdat het 2e Pinksterdag is, is het vrij rustig op het strand. Hier is, anders dan in Zandvoort en Scheveningen, nog volop ruimte. De enige strandtent doet goede zaken, maar ook hier is een plekje makkelijk te vinden. Na de strandtent pakken we de originele route op. Door de smalle, vrij hoge, duinen lopen we naar het noorden. Lange Jaap (de Helderse vuurtoren) wijst ons de weg. De duinen zijn hier kaal en onbegroeid en ademen een noordelijke sfeer uit. De naam van het gebied, Noordkop, is toepasselijk gekozen. Voor de route begint te vervelen is daar Den Helder. Bij Lange Jaap is het uitzicht formidabel. Je kunt Texel en een grote zandplaat heel mooi zien liggen. Na een stuk over de dijk gelopen te hebben en het uitzicht helemaal tot ons genomen hebben duiken we de stad in. Niet echt een bruisende stad. De geïsoleerde ligging van Den Helder straalt van de stad af. Je woont hier lekker dicht bij zee. Maar ver van alles, zelfs van het strand. Echt een eindpunt.

De tocht, diagonaal door Nederland, van Valkenburg naar Den Helder, zit erop.