De Ardennen
(vervolg op het Pieterpad van Maastricht tot Mondorff les Bains in Frankrijk; de GR5)

17e etappe: Over de grens

    Maastricht – Visé, Maandag 6 september 1999, 28 km     

Vanuit het centrum van Maastricht lopen we geleidelijk de Pietersberg op. Al snel bereiken we het eindpunt van het Pieterpad. Maar voor ons is het nog niet volbracht. De Pietersberg afdalend lopen we de grens over, naar Kanne in België. En na Kanne, even later, een nog belangrijkere grens: de taalgrens tussen Kanne en Eben-Emael. Deze grens is eigenlijk nog duidelijker te herkennen dan de landsgrens. Toch gek als je buren een andere taal spreken dan je zelf spreekt. Zodra we in Wallonië komen wordt het landschap aanmerkelijk lelijker. Direct in Wallonië valt het nog wel mee. Daar staat een kasteelachtig huis met vier Apocalyptische figuren op de hoeken van het dak. Hoe heten die beesten ook al weer? Een ervan is in ieder geval de Griffioen. Na de Apocalyps is het inderdaad direct afgelopen. Een grote steengroeve heeft een gat in het landschap geslagen. Hierna volgen wat lege dorpjes en in de natuur vinden we autobanden en andere onderdelen van de carrosserie. On-nederlands en toch niet echt leuk wandelen. Maar wie weet ontwikkelen zich wel zeldzame planten op de combinatie van roest en mos en mogen over 50 jaar deze auto-onderdelen niet eens meer uit de Waalse bossen verwijderd worden. In ons enthousiasme om Wallonië af te kraken besluiten we dat ook het wandelboekje van onze zuiderburen het niet haalt bij de mooie Nederlandse LAW-gidsen. In Visé, wat we het toppunt van lelijkheid vinden nemen wij de trein naar Luik om aldaar te overnachten.

18e etappe: Op naar de Ardennen

Visé – Wegimont, zaterdag 2 september 2000, 24 km.

We waren aanvankelijk van plan deze etappe over te slaan. Het Waalse gedeelte van de vorige etappe vonden we zo lelijk, dat we ieder risico wilden vermijden op herhaling van ontmoetingen met roestende auto-onderdelen in de bossen. Maar een jaar later bedenk je dat je of het Pieterpad/ de GR5 loopt, of dat je thuis blijft. En als je besluit te lopen, dan sla je geen stukken over. Dus ook de etappe Visé – Wegimont niet. Vandaag verwachtten we lelijkheid alom, en al lopend blijkt de etappe heel mooi te zijn. De etappe is heel afwisselend, net als het weer vandaag. Door weilanden, langs bosranden, door Waalse dorpjes, over heuveltjes en door klaphekjes. Het lijkt Engeland wel. Het gebied is echt volledig Franstalig. Het doet dan vreemd aan om Nederlandstalige namen tegen te komen. Zoals bijvoorbeeld de familienaam “Uytdenbroek” of in Luik de straatnaam “Quai Van Benedenen”. We overnachten net zoals vorig jaar in Luik. Daar kennen we inmiddels een dame die twee hotels bezit. Als je bij het eerste hotel komt, is er plaats in het tweede. En omgekeerd. Volgens madame boffen we dat we onderdak gevonden hebben. De hotels in Luik zitten volgens haar bomvol in verband met wetenschappelijke congressen. Het zal wel…

19e etappe: Een Spa'tje

    Wegimont – Spa, dinsdag 7 september 1999, 23 km

Vandaag wilden wij een bijzondere prestatie leveren door een bijzonder lange afstand te gaan lopen. Maar vergis je niet. In de Ardennen heb je niet alleen met de horizontale afstand te maken, maar ook met de verticale. Al met al werd het vandaag een mooie lange uitdagende route: Wegimont, St. Hadelin, Olne, Nessonvaux, Fraipont, Banneux, Beco, La Reid en Spa. In Fraipont krijgen we onverwacht te maken met een lange felle steile beklimming. Als je al een stuk gelopen hebt, een rugzak op je rug hebt en al een beetje moe bent valt dit stuk niet mee. Gewoon doorgaan is het beste wat je kunt doen. We realiseren ons dat een mobieltje een goede uitvinding van deze tijd is. Waar je ook bent, hoe verlaten de streek ook is, je kunt altijd om hulp bellen. En ook het alarmnummer 112 is in alle West-Europese landen hetzelfde. De route brengt ons in Banneux. Hier ligt een zeer druk bezocht bedevaartsoord. Toch wel gek, als je uit de bossen komt en ineens het hosanna je tegemoet komt. Er zijn hier veel auto’s en veel religieuzen te zien. Veel wandelaars komen we in Wallonië niet tegen. En als je wandelaars tegen komt is de kans groot dat het om Nederlanders gaat. We lopen een stukje met een Nederlandse groep mee en worden bijna voor onze sokken gereden. Volgens de begeleider van de groep komt dat vaker voor. Hij heeft de ervaring dat de Walen “niet dol” zijn op wandelaars.

We laten zijn mening voor wat die is en lopen door naar La Reid. We weten beter, maar toch nemen we een koud pilsje. Desastreus als je verder wilt wandelen. In Spa maken we matig gebruik van de plaatselijke specialiteit (Spa) en tegen de verwachting in zijn Vlaamse trappistenbiertjes in Nederland beter verkrijgbaar dan in dit deel van België. Volgens het weekblad Privé zou Maxima, de vriendin van Willem-Alexander, naar Spa gaan om Nederlands te leren. Hoewel dat ons stug lijkt, hebben we toch naar haar uitgekeken. We hebben haar niet gezien en voor ons was ze er ook nog niet geweest. Haar naam ontbreekt nog op het monument waar de namen van alle beroemdheden staan die ooit Spa bezocht hebben.

 

  20e etappe: Hoge Venen en Drie Bruggen

Spa - Trois Ponts, woensdag 8 september 1999, 24 km

Snel stijgend lopen we Spa uit, dat we al snel uit het oog verliezen. Een steile stijging aan het begin van de dag voelt heel veel beter dan zo’n stijging ergens in de middag. We lopen de Hoge Venen in. Dit gebied is het hoogstgelegen deel van het Pieterpad/GR5 dat we lopen. Volgens het boekje bevinden we ons op een hoogte tussen de 550 en 600 meter. In de winter moet het hier onherbergzaam zijn. Koud, kil en zonder beschutting. Andrimont en Ruy heten de gehuchtjes op weg naar Stavelot, dat we uiteindelijk via een soort riool bereiken. Het is hier echt mooi. Stavelot schijnt ooit een soort vrijstaat geweest te zijn. Op een bepaalde manier zie je dat nog aan het stadje af. Een oude pantserwagen bij een brug herinnert aan het Ardennenoffensief ten tijde van de Tweede Wereldoorlog, toen hier hevig gevochten is. Bij de pantserwagen wijken we van de GR 5 af, om naar het station van Trois Ponts te lopen. Eens in de twee uur stopt hier een trein. Trois Ponts ligt dan ook aan de internationale spoorlijn Luxemburg – Luik. Tijd genoeg voor een pilsje in Trois Ponts. Dit pilsje besluit de vierdaagse

21e etappe: Veel Zalm

Stavelot – Vielsalm, zondag 3 september 2000, 16 km

Het is onwerkelijk om een jaar later met je rugzak op je rug weer op hetzelfde stationnetje aan te komen om de wandeling te vervolgen. We hebben even geaarzeld waar we verder zouden gaan: in Trois Ponts of in Stavelot. Voor beide valt wat te zeggen. We kiezen voor Stavelot, omdat hier tenslotte de GR5 loopt en het stuk Stavelot – Vielsalm ons aantrekkelijker lijkt dan Trois Ponts – Vielsalm. Het laatst genoemde traject loopt vooral door en langs het dal van de Salm, terwijl het stuk Stavelot – Vielsalm de Ardennen echt doorsnijdt. In Stavelot gaat het weer steil omhoog. Vrolijk keuvelend lopen we de route. Prompt verdwalen we, ondanks het feit dat we steeds rechtdoor lopen en ook de GR5 rechtdoor moet gaan. Bovendien staat het pad voortdurend goed aangegeven. Als je merkt dat je verdwaald bent, wil je toch weer graag het juiste rechte pad vinden. Ondanks dat het eigenlijk niet uitmaakt waar je wandelt en waar je de nacht zult doorbrengen. Met behulp van het boekje en sporadische wegwijzers vinden we Logbierme en het pad weer terug. Logbierme is weer zo’n uitgestorven Waals dorpje zonder winkel, kroeg, school of bankje om op te zitten. Ook mensen zijn niet te zien, op wat boeren op in de velden na die aan het werk zijn. Vlak voor Vielsalm ontmoeten we drie Nederlanders die net als wij aan de wandel zijn. Voor hen is Vielsalm het eindpunt van een driedaagse. Deze heren hebben als hobby, naast wandelen, bier drinken. Daarom lopen zij per dag niet al teveel. In Vielsalm wordt, hoewel de naam misschien anders doet vermoeden, Frans gesproken. De Salm is afgedamd en daardoor in een aantrekkelijk stuwmeer ontstaan. Maar zalm kan er door de dam niet meer zitten, laat staan veel zalm.

22e etappe: De Frans – Duitse cultuurgrens over

Vielsalm – Burg Reuland, maandag 4 september 2000, 26 km

Gisteren zijn we op tijd gestopt. Vooral omdat er voorlopig na Vielsalm geen plaats meer ligt waar je kunt overnachten. Vielsalm ligt echt in het Franse cultuurgebied. Gisteravond zijn we een kasteelbiertje gaan drinken en het viel op dat iedereen elkaar bij binnenkomst kuste. Ook jongens van een jaar of twintig onderling. Vandaag trekken we de taalgrens over. Na Vielsalm volgt nog het bij de gemeente Vielsalm behorende gehucht Commanster, dat er typisch Frans uitziet. De buitenkant van de alle huizen bestaat uit ongepleisterde geelachtige natuursteen. 

 

 

 

En dan ineens na een hoge aarden wal ligt Braunlauf, een typisch Duits dorp, compleet met keurige witgepleisterde huizen en bloembakken vol geraniums. We vermoeden dat de aarden wal vroeger de grens tussen België en Duitsland geweest is. Na de Eerste Wereldoorlog is deze streek als compensatie door Duitsland afgestaan en dat is sinds 1918 niet meer veranderd. Maar cultureel is het nooit Frans geworden. Burg Reuland, waar we overnachten, is ook typisch Duits. Al is het wel gek om met franken te betalen en niet met marken. We zien dat het onderhoud van bakken geraniums veel tijd kost. Alle bloemblaadjes die uitvallen moeten immers van de grond verwijderd worden. De cultuurgrens is het meest fascinerend van de dag. Hoewel het ook een mooie etappe is. Het eerste deel bestaat nog uit dichte bossen en dan breekt langzaam het landschap open. Vergezichten met af en toe in de verte een torentje. De streek is zeer dunbevolkt en tot onze verbazing merken we dat het mobieltje het hier niet doet. In Burg Reuland is een, in onze ogen, zeer Duits donkerbruin hotel. Het is dat we te voet zijn, want als je niet van klaverjassen houdt, zoals de vele oudere hotelgasten blijkbaar wel doen, valt hier niets te beleven.

 

23e etappe: Het pad van de Our

Burg Reuland – Clervaux, dinsdag 5 september 2000, 41 km

Als je in Burg Reuland de route omhoog vervolgt, kom je boven op de berg bij een eenvoudig monument (is het een grafsteen?) voor een boer die hier meer dan honderd jaar geleden op 68-jarige leeftijd de berg opgelopen is, onder een boom is gaan zitten en dood is gegaan. Als je er over nadenkt, is dat toch wel een mooie dood. Je kunt je heel goed voorstellen wat het laatste is dat die man gezien heeft. We hopen dat het op zijn laatste levensdag mooi weer was. De GR5 slingert naar het zuiden en al even schampen we de Luxemburgse grens. Die steken we pas bij Ouren over. Daar is wat ons betreft een mislukt drielandenpunt België - Duitsland – Luxemburg aangelegd. De stenen die de plek markeren liggen overduidelijk allemaal in België. Het echte drielandenpunt moet ergens onbereikbaar midden in de rivier de Our liggen en is niet aangegeven. Het magische van een drielandenpunt ontbreekt daardoor. In Luxemburg loopt de route langs de grensrivier de Our. Voor de afwisseling is de roodwitte markering vervangen door minder goed zichtbare gele bollen. De route langs de Our is op zich wel mooi, maar door de lengte wel wat eentonig. Je loopt in een dal tussen de bossen. Boerderijen, woningen, dorpjes en vergezichten ontbreken. Na 30 kilometer komen we bij Rodershausen, waar vandaan volgens het boekje bussen naar Clervaux en Vianden toe moeten gaan. Ondanks dat we om al om 16.00 uur aankomen is volgens de plaatselijke bewoners de laatste bus al vertrokken. Ook het mobieltje laat ons in de steek. De streek is dunbevolkt en waarschijnlijk zitten we in het dal te laag om het signaal van de satelliet of mast te kunnen bereiken. Na het nodige getreuzel, trekken we de grens over om een Duits hotel te zoeken, of lopen we nog 12 kilometer langs de weg naar Clervaux, besluiten we voor de laatste optie te kiezen. Zeer vermoeid komen we om klokke zes in Clervaux aan, waar we een zeer goed hotel vinden. Ook het Portugese restaurant waar we de avondmaaltijd gebruiken is zeer geschikt. Hier leren we dat de tweede bevolkingsgroep in Luxemburg tegenwoordig de Portugezen zijn.

24e etappe: Wij gaan naar Vianden toe

Rodershausen – Vianden, woensdag 6 september 2000, 29 km

Het hotel waar we overnacht hebben blijkt erg luxe te zijn. Behalve een eigen overdekt zwembad met sauna blijkt het ontbijt uit een champagneontbijt te bestaan. Prompt vragen we ons af of we de overeengekomen prijs wel goed verstaan hebben. Was de genoemde prijs de prijs voor de kamer of per persoon? Gelukkig blijken we nog niets aan onze oren te mankeren. De prijs was inderdaad de prijs per kamer. De tweede meevaller is dat er wel degelijk een bus van Clervaux naar Rodershausen gaat. Hierdoor kunnen we de GR5 weer oppikken op het punt waar we het pad gisteren verlaten hebben. Voor de Luxemburgse busmaatschappij hebben we een tip: plak op de bushaltes een briefje met daarop welke buslijn hier stopt en zet hierbij bij benadering de vertrektijden. Misschien maken dan meer mensen gebruik van de bus. Vandaag vervolgen we het pad van de Our naar het zuiden. Het is een beetje nep. Er loopt een directe asfaltweg naar Vianden, maar de GR5 stuurt je voortdurend het bos in. Soms is dat wel leuk, maar als je een steile klim maakt terwijl je weet dat je min of meer hetzelfde stuk ook weer naar beneden moet om op dezelfde asfaltweg uit te komen vraag je je wel eens af waar je nu eigenlijk mee bezig bent. De stukken door het bos zijn in ieder geval wel mooi en plots springt er een ree voor ons weg. Dat is de tweede keer. Eerder gebeurde dat in Drenthe. In Stolzembourg nemen we in een twijfelachtig café een kopje warme chocolademelk. Buiten gekomen druppelt het weer. Een wegwerker biedt ons spontaan een lift naar Vianden aan. Trots slaan we deze lift af. Als hij ons in zijn auto had willen hebben had hij gisteren maar om 16.00 uur in Rodershausen moeten staan. Van deze hoogmoed krijgen we al spoedig spijt. Het begint te gieten. Van het stuwmeer boven op de berg zien we helemaal niets. Bovendien krijgt Frank bij de afdaling nog last van zijn voet.

Gelukkig vinden we in Vianden een leuk hotelletje, direct naast het sterfhuis van Victor Hugo en een prima pizzeria.


25e etappe: De Sûre

Vianden – Ettelbruck, vrijdag 8 september 2000, 21 km

We hebben er gisteren voor gekozen in plaats van te wandelen te mountainbiken. Vandaag gaan we weer overtuigd aan de wandel. Het grote voordeel van wandelen is toch dat je echt bent waar je bent. Iedere steen raak je echt aan en iedere bloem ruik je. Na Vianden volgen we een aantrekkelijke afwisselende route waar veel te zien is. We lopen het dal van de Our uit en komen op het plateau terecht. Daar liggen leuke dorpjes, velden en mooie loofbossen. Na wat beperkt klimmen en dalen (steeds beloond met mooie vergezichten) bereiken we vrij vroeg de brug over de Sûre bij Gilsdorf - Diekirch. Daar ligt het eigenlijke eindpunt van het gedeelte van de GR5 dat we lopen. Doorlopen naar Nice is niet aan de orde en daarom volgen we de Sûre stroomopwaarts naar Ettelbruck. Dit stuk loopt gemakkelijk weg. Naar onze mening is Ettelbruck aantrekkelijker dan Diekirch. Diekirch is erg toeristisch, terwijl het leven in Ettelbruck naturel is (of lijkt). We vinden de oude jeugdherberg terug, waar we in pakweg 1975 een week overnacht hebben. De jeugdherberg is onherkenbaar en om helemaal eerlijk te zijn ook Ettelbruck kennen we ook niet meer terug. Het feit dat hele centrum inmiddels voetgangersgebied is, zal hier ook wel mee te maken hebben. In ieder geval is Ettelbruck een mooi eindpunt voor ons wandelavontuur.

 

26e etappe: Klein Zwitserland

Diekirch – Echternach, zondag 9 september 2001, 33 km

Vorig jaar meenden we dat Ettelbruck het eindpunt van ons pad was. Maar de hele Benelux door lopen tot in Frankrijk is een aantrekkelijke gedachte. Daar gaan we voor! We merken dat het beginpunt van de etappes nu ver weg ligt. Gisteren zijn we al op weg naar Diekirch gegaan en volgens planning zouden we daar om kwart voor twee arriveren. Nog tijd genoeg voor een wandeling van een kilometer of 15. Helaas lieten de Nederlandse Spoorwegen ons finaal in de steek. We arriveerden met een vertraging van twee uur in Diekirch. Te laat om nog van start te gaan. Vandaag om 9.00 uur op pad om de draad weer op te pikken. De eerste 17 kilometers tot Beaufort lijken sterk op de laatste etappe van vorig jaar: afwisselend velden en bossen, stijgen en dalen, asfalt en zand. Bij Beaufort verandert de route ineens. We lopen plots een schlucht in. Steile rotswanden links en rechts van ons. Het pad volgt de loop van een beekje en is daardoor vrij vlak. Een zeer bijzondere ervaring. Bij het dorpje Grundhof drinken we warme chocolademelk en bereiden ons voor op het laatste stuk. Dat blijkt zeer pittig en zeer mooi te zijn. We moeten de berg op om ons aldaar een weg door een labyrint van rotsen te banen. De rotsen zijn ook door bergbeklimmers ontdekt. Want behalve dat ze op verschillende plekken aan het klimmen zijn, hebben ze de rotsen met al hun materiaal in de loop der jaren flink beschadigd. Vlak voor Echternach staat nog een schlucht op het programma: de Wolfsschlucht. Aangezien we ervaring hebben met de schlucht vlak na Beaufort maken we ons, naar snel blijkt ten onrechte, niet druk. Trapjes op en af, kloof in en kloof uit. Zwaar. Maar mooi om te lopen en om niet te missen. Om 6 uur lopen we Echternach in. Gelukkig zijn er voldoende hotels.

27e etappe: Nog meer rotsen

    Echternach – Moersdorf, maandag 10 september 2001, 20 km

De afgelopen weken hebben we regelmatig reisverslagen van GR5-lopers op het internet gelezen. Wouter Hogendorp en dameswandelclub de Vrolijke Poten zijn daardoor virtuele bekenden geworden die ons deelgenoot hebben gemaakt van hun reiservaringen. Hun ervaringen vergelijken we al lopend met onze indrukken. Vandaag komen we onderweg ook nog 3 echte mensen (Nederlandse mannen) tegen, die net als wij de GR5 volgen. Het gespreksonderwerp ligt voor de hand: de route en alles wat daar bij hoort. Groot verschil vandaag: wij hebben ingeschat dat er in Moersdorf geen overnachtingsmogelijkheid is, terwijl de drie heren er van uit gaan dat dat wel het geval is. Naar later zal blijken hebben wij (deze keer) gelijk. De etappe van vandaag laat weer veel rotsen zien, maar wat minder indrukwekkend als gisteren. Het tweede gedeelte voert door bossen en velden. Een kloof (was het de Girsterkloof?) springt er uit. Als je op de bodem staat heb je het idee, dat het er hier nog precies zo uit ziet als 2000 jaar geleden en dat er zo een beer of een wolf om de hoek kan komen. We blijven even staan om alles goed op ons in te laten werken. Je zou bijna bang voor de beer worden. Geen beer te zien en ook de vossen laten het afweten. Veel van onze virtuele bekenden hebben een vos in deze contreien gezien.

In Moersdorf nemen we de bus terug naar Echternach. Zowaar geholpen door een vriendelijke Luxemburgse. En de Luxemburgse busmaatschappij heeft naar ons geluisterd. Dit jaar staan er vertrektijden op de bushaltes aangegeven.


28e etappe: Omwegen

    Moersdorf – Grevenmacher, dinsdag 11 september 2001, 22 km

Een goed lange afstandspad weet de optimale combinatie te vinden tussen een mooie route en doelgerichtheid. Het Pieterpad in Nederland voldoet hieraan. De GR5 in Luxemburg niet. De GR5 bestaat uit een aantal lokale wandelingen die met elkaar verbonden zijn. Zo loop je onder andere op “het pad van de Our”, “het pad van de Midden – Sûre”, “het pad van de Moezel” en “het pad van het zuiden”. Stuk voor stuk mooie wandelingen, maar wandelingen die vooral het doel hebben om je langs zoveel mogelijk mooie plekjes te leiden. Als je zo snel mogelijk naar het zuiden wil, dan zou je een ander pad zoeken. Nog een verschil: In Nederland en België is het pad uitgezet door vrijwilligers en wordt het pad ook door hen onderhouden. In Luxemburg is het uitzetten en onderhouden van wandelpaden een staatsaangelegenheid. Eerlijk is eerlijk: vrijwilligers hebben meer hart voor de zaak en hun zaakjes beter geregeld. Met name bij routewijzigingen pakken vrijwilligers het beter aan. Die weten wat een wandelaar verwacht. Vandaag, dus door een gebrekkige markering op een gewijzigd traject een fors stuk omgelopen. Dit bovenop de toch al fors kronkelende route. De etappe van vandaag is overigens weer aantrekkelijk. Bossen, velden en de eerste wijngaarden. In Grevenmacher aangekomen blijkt ook Grevenmacher niet over een geopend hotel te beschikken. Ter beraadslaging trekken we ons terug in een Portugees café alwaar de TV aanstaat. Daar zien we horrorbeelden van een brandend New York en een brandend Washington. Deze – niet te geloven – beelden zijn, naar al snel blijkt, echt.

29e etappe: De druiven zijn zoet

Grevenmacher – Remich, woensdag 12 september 2001, 24 km

Na wederom een overnachting in Echternach, met de bus in zo’n drie kwartier terug naar Grevenmacher om de wandeldraad weer op te pikken. Vandaag de hele dag door de wijngaarden. De eerste wijngaarden begroet je als het ware met gejuich, maar na een hele dag tussen de druiven wordt het ook wel wat eentonig. We worden wat kritischer en struinen niet meer elke berg als een kip zonder kop op, alleen maar omdat het boekje dat zegt. We hadden, gezien de tijd van het jaar, vrij veel activiteiten tussen de wijnranken verwacht. En in het verlengde daarvan behoorlijk wat levendigheid in de dorpen. Dat is niet het geval. De druiven zijn nog niet helemaal rijp. Het is te vroeg voor de pluk. En schoffelen, spuiten of het wegknippen van wilde uitgroeisels is kennelijk niet nodig. Aan de dorpjes zie je dat de wijnbouw deze streek, zeker in het verleden, heel veel welvaart heeft gebracht. Er staan hele mooie oude huizen, die rijk versierd zijn met afbeeldingen die verwijzen naar de wijnbouw. Aan het einde van de etappe ligt Remich. Tot onze verbazing nog echt een grensplaats met winkels vol handelswaar waar Duitsers tuk op zijn: Koffie, chocolade, en sterke drank. Er zijn veel terrassen, die overigens allemaal nagenoeg verlaten zijn. Het toeristenseizoen duurt hier kennelijk maar kort. Het geld moet in korte tijd verdiend worden. 

 

30e etappe: De Franse grens

Remich – Mondorff (F), donderdag 13 september 2001, 20 km

Een hele dag wandelen in de regen. Gelukkig zijn we er goed op gekleed en we zijn beiden voorzien van paraplus. Op zo’n regendag is het “back to basic” en loop je in jezelf gekeerd te wandelen. Best lekker voor een dagje, maar langer hoeft toch echt niet. Het landschap nemen we dan ook niet zo sterk in ons op. De eerste helft van de wandeling bestaat weer uit wijngaarden. De route is niet bepaald zorgvuldig uitgezet, want we lopen een paar kilometer langs een autoweg, terwijl we (achteraf) zien dat er een heel goed korter mooier alternatief was dwars door de wijngaarden. De dorpen zijn wederom mooi. De tweede helft lopen we gelukkig in een vrij rechte lijn. Dwars door een landschap dat best aantrekkelijk zal zijn, als het niet regent. En dan zijn we in Mondorf-les-Baines. Een mondain kuuroord. Met je rugzak zie je er zeer sjofel uit. Voor je gevoel kijken de mensen je hier een beetje meewarig aan. Ze beginnen zeker geen gesprekje met je, maar dat komt ook omdat de Luxemburgers nogal ingetogen zijn. In Luxemburg leg je makkelijker contacten met Portugezen, dan met Luxemburgers.

Nog een klein stukje, nog eventjes terug omdat de route wederom onaangekondigd geblokkeerd is en daar is de grens tussen Luxemburg en Frankrijk bij MONDORFF (F). Het eindpunt van ons “Project Pieterpad”. We hebben de hele Benelux gedwarst. In de langst mogelijke (min of meer) rechte wandellijn van noord naar zuid.

A walk of life”.