De Cumbria Way 

Dag 1: Ulverston - Coniston

De Cumbria Way begint in Ulverston. Jane, die daar het Walkers Hostel bestiert, is tegen televisie. Ze geniet ervan als haar gasten ’s avonds met een mok hete thee hun belevenissen van de dag uitwisselen. Ook meer filosofische onderwerpen, zoals de typisch Nederlandse coffee shops, komen aan de orde. Jean’s vader was een van de 32 pubbezitters in het 12.000 inwoners tellende Ulverston. Dit stadje heeft hiermee de grootste pubdichtheid van Engeland. De 32 pubs zijn volledig levensvatbaar. De huiskamer-achtige sfeer, de live muziek, het gemengde publiek en het beslist smakelijke pub-food onderscheiden de Engelse pub van het Nederlandse café. Dat alle pubs om 11 uur moeten sluiten, bevordert dat het uitgaansleven al voor achten op volle toeren draait. Hoewel het al begin september is, gaan de dames schaars gekleed uit: diepe decolletés en korte rokjes. De heren blinken uit in nonchalance: ruime broek met loshangend shirt. De vuurtoren van Ulverston werd door Stan Laurel, die in deze stad is geboren, uitgeroepen tot achtste wereldwonder. Misschien had hij toen nog niet zoveel van de wereld gezien?

In het Walkers Hostel in Ulverston kwamen we het Belgische stelletje met het boek “De 30 mooiste wandelpaden in Groot Brittannië” voor het eerst tegen. Hij had, tegen haar uitdrukkelijk advies in, thuis in Leuven geen kaart van het gebied gekocht. Door zijn ervaring met survivaltochten had hij die ook niet nodig, meende hij. Stiekem hoopte hij erop door noodweer overvallen te worden. Hij zou dan de meegenomen lap plastic tussen twee stokken spannen en op deze wijze een droge plaats voor de nacht creëren.

Vanuit Ulverston lopen we dwars door typisch Engelse ommuurde velden; klimmend door uitgestrekte vlaktes met varens langs het meertje Beacon Tarn. Het is een van de vele uit de ijstijd stammende meren van het Lake District. Rustig uitwandelend langs de oever van het Coniston Water bereiken we aan het van de eerste dag Coniston. Volgens de gastheer van het Lakeland House aldaar slaan veel wandelaars vanwege de zwaarte van het terrein de eerste dag over. We kunnen het ons moeilijk voorstellen, of het zou vanwege het hoge gras in de velden moeten zijn, dat bij regenachtig weer de schoenen doorweekt. 

Dag 2: Coniston – Dungeon Ghyll

Als we de volgende ochtend in Coniston het stelletje uit Leuven weer tegenkomen, vertelt zij dat de eerste wandeldag haar zwaar gevallen is. En hoewel de tweede dag een rustige wandeldag door kalenderplaten en bijna parkachtige dalen is, geven ze halverwege op. In Skelwith Bridge zien we ze voor de laatste keer. Ze geven toe dat hun planning te optimistisch was. Voor de vijfdaagse route hadden ze maar vier dagen uitgetrokken. Voor ongeoefende wandelaars is dit een niet te volbrengen opgave. Wandelaars zijn er vandaag in overvloed. Het is Bank Holidays; een landelijke vrije dag in Groot-Brittannië. Bij pleisterplaatsen, zoals de Britannia Inn is het dan ook erg druk. Maar de pint mag ook buiten genuttigd worden en daar is ruimte in overvloed.

Dag 3: Dungeon Ghyll - Keswick

De beklimming van de Stake Pass, de derde dag na het indrukwekkende Dungeon Ghyll, zou ook zonder de stromende regen een zware tocht geweest zijn. Klimmend over losliggende rotsblokken door de bedding van een bergstroom ben je volkomen alleen. Onophoudelijke regen weet door elke regenkleding heen te dringen. De wind verwaait de nieuwe poncho’s tot nutteloze slierten plastic. Het zicht strekt tien meter naar links, tien naar rechts, voor, achter en omhoog. Het pad en de bedding van de beek vallen samen. Halverwege de middag, blijkt in Seathwaite, aan de andere kant van de bergrug, dat we de “gidssteen”aan het begin van de beklimming gemist hebben. We zijn mijlen uit koers, in het verkeerde dal, maar wel aan de goede kant van de bergrug. Met ruim drie meter regen per jaar, vier maal zoveel als in De Bilt, staat het gehucht Seathwaite bekend als de natste bewoonde plek van Engeland. Omdat er buiten voor onze rugzakken geen droge plek was, mochten we, tegen de regels in, onze rugzakken binnen zetten. We waren immers nagenoeg de enige bezoekers. 


Beter laat dan nooit breekt de zon door, zodat we stralend in Keswick arriveren. Onderdak is snel gevonden in de “Bed and Breakfast Belt”. Het fenomeen Bed and Breakfast moet haast wel in Keswick ontstaan zijn. Huis aan huis wordt in de wijk die aan het Centrum grenst van deze mogelijkheid om bij te verdienen, gebruik gemaakt. In een wasserette wordt de complete inhoud van de rugzakkenen en alle kleding die wij aan ons lijf droegen gedroogd. Toch fijn dat in Engeland veel winkels ’s avonds gewoon open zijn.

 

 


Dag 4: Keswick - Caldbeck

Volgens kenners heb je na drie dagen Cumbria Way de climax gehad.  Daar zijn wij niet mee eens.  De vierde dag is weer onmiskenbaar anders dan de eerdere dagen.  In de grotendeels boom- en struikloos landschap, vol heide en schapen, voert het pad ons naar de grens van het Lake District.  Het landschap lijkt eeuwenlang onberoerd.  De verlaten wolfraammijnen bewijzen dat dit gebied eens economisch interessant was.   De Lingy-hut ligt hoog en eenzaam als een baken in de woestenij.  Een pad door de bloeiende heide ontbreekt.  Op de juiste momenten zichtbaar wijst de Lingy-hut de weg.  Logboeken in de hut delen ons mee dat deze plek 's nachts onherbergzaam is.  De wind gaat dwars door de spleten in de hut heen en ieder comfort ontbreekt. Wij geven er de voorkeur aan te overnachten in een goed Bed and Breakfast in Caldbeck.  We bereiken dit bescheiden dorp na lange afdaling vanaf het hoogste punt: de High Pike. 

Dag 5: Caldbeck - Carlisle


Na vier dagen Cumbria Way heb je het hoogtepunt wel gehad.  De vijfde en laatste wandeldag naar Carlisle gaat langs de beek de Caldew.  Al op de eerste dag zijn we door onze routebeschrijving gewaarschuwd voor de armzalige wegaanduiding.  Maar er was weinig kans om echt te verdwalen.  De laatste wandelt dag beschreef ons boekje een cruciaal punt  in de wandeling.  Op een Y-splitsing moesten we links aanhouden.  Een situatietekening moest de kans op vergissingen minimaliseren.  Wij zijn ook de laatste dag zonder problemen aangekomen.  Het cruciale punt hebben we nooit gezien.  Na Dalston is de Cumbria Way zichzelf niet meer.  De omgeving lijkt op Oost-Nederland.  Nabij Carlisle verdwijnt ook het landelijke en bepalen te veel fabrieken het landschap. Ons overnachtingadres in Carlisle is een stijlvol ingericht vroeg negentiende-eeuws huis.  De eigenaar, een gepensioneerde leraar van de agrarische school in Dalston, gidste regelmatig voor het regionale toeristen verkeersbureau.  Hij heeft ook, net als veel streekgenoten, het Lake District vanuit verschillende windrichtingen te voet doorkruist.  Zijn gastvrijheid bleek niet alleen uit zijn enthousiasme verhalen.  Hij vertrouwde ons ook zijn huissleutel toe, toen hij verwachtte zelf pas 's avonds laat thuis te komen. De zes bedden, die hij maximaal mag verhuren, zonder aan de voorwaarden toe voldoen die voor hotels gelden, waren regelmatig  bezet.  Dit jaar vooral door Zweden.  Maar ook  Amerikanen en Australiërs bleken graag Carlisle, en de nabijgelegen Romeinse Hadrian's Wall , te bezoeken.  Nederlanders had hij deze zomer nog niet veel gezien.  Maar die groep verwacht hij in de relatief droge maanden september en oktober. "Nederlanders houden niet zo van regen", was zijn conclusie. 

Ten slotte 


De overweldigende natuur van het Lake District compenseert het natte het klimaat volledig.  Op veel plaatsen lijkt het landschap zorgvuldig gecreëerd door een kunstenaar.  De lijnen van de stenen muren, de bergen, de hagen en de beukenbomen zijn tot een evenwichtige compositie gemaakt.  In een relatief klein gebied komen veel landschapstypen met spectaculaire contrasten voor. Vanwege deze grote verscheidenheid kun je het gebied het beste te voet ontdekken. Een echte route, zoals de Cumbria Way hoef je in het Lake District eigenlijk niet te volgen om op de mooiste verrassende plekjes te komen. Verdwalen mag. Nergens in Groot-Brittannië hebben wij zoveel sportieve toeristen gezien als in het Lake District. Behalve pubs voor de inwendige mens, zijn er ook veel sportzaken om het de uitwendige mens zo gemakkelijk en droog mogelijk te maken. 

Je kunt niet zeggen dat de Engelse zo dol op regen zijn. Maar het lijkt ze niet echt veel te doen. Een opmerking van ons over de regen werd door de eigenaar van de Bed and Breakfast  in Dungean Gill direct gepareerd met 

 

"Don't mention it, just ignore it".

Voor deze éne keer dan.