Catalonië
Over de GR 92 van Portbou naar L'Escala


Catalonië is al een tijdje onrustig wanneer we er gaan wandelen. De eventuele onafhankelijkheid speelt al jarenlang op. Binnenkort is er een referendum over, waarvan al vaststaat dat die niet door de centrale regering in Madrid erkend zal worden. We denken de situatie een beetje te begrijpen. Het statige, gesloten en formele Madrid wil natuurlijk geen macht afstaan een de zwierige, losse en bovendien economisch en cultureel rijke noordoostelijke uithoek van het land. Het land waar Gaudi bloeide, Dali zich wortelde en Picasso graag verbleef. Door dat land legden we 120 van de 550 kilometers van de GR92 af. Van Portbou in de Pyreneeën naar L'Escala aan de 'woeste kust'; de Costa Brava.

Barcelona

 

Voordat we aan de wandeling beginnen, gunnen we ons een dagje Barcelona. Als je er in de buurt bent, kun je er niet omheen, vinden we. 's Morgens gaan we direct naar de Sagrada Familia, het levenswerk van Gaudi, dat ook nu, 90 jaar na zijn dood, nog niet voltooid is. Zo te zien is nog maar de helft van zijn ontwerp gerealiseerd. Nadat we een tijd in de rij gestaan hebben en kaartjes hebben bemachtigd, blijkt dat we pas 's middags om half vijf naar binnen kunnen. Goed dat we niet later zijn gegaan. Dan eerst maar naar het Parco Guell, dat ook door Gaudi is ontworpen. Wat een sprookjesachtige wonderlijkheid, waar niets functioneel lijkt. Alles is er alleen maar omdat het aangenaam is om er te zijn en ernaar te kijken. Daarna bezoeken we het oude centrum. Het Plaza Catalunya en Rambla, de grote winkelboulevard richting de haven. De klassieke kathedraal daar doet uitbundig zijn best, maar haalt het niet bij de originaliteit van Gaudi en de Sagrada Familia. De facades aan de buitenkant van de kerk verbeelden de fasen uit het leven van Jezus zoals die Gaudi heeft willen meegeven: de geboorte, de glorie en het lijden. Wanneer we de kerk betreden, overvalt ons het spel van het licht en de natuurlijke vormen. Zo wonderlijk de buitenkant is, zo verrassend is ook de binnenkant.

Portbou - Llança

Na een treinreis van 2,5 uur vanuit Barcelona bereiken we uiteindelijk Portbou aan de grens met Frankrijk. Bij het station daar komen tientallen railverbindingen samen, maar gaat er ogenschijnlijk geen een door naar Frankrijk, wat toch zo voor de hand ligt. Aan de andere kant van de grens zien we hetzelfde. Het tekent hoezeer grenzen eeuwenlang de infrastructuur (en het leven) binnen en tussen landen hebben bepaald. We vinden het een voorrecht in een tijd te leven waar die grenzen allemaal niet meer zo serieus genomen worden.

Vanuit het station trekt het stand ons naar zich toe, maar daarvoor al begint de GR92. Een bordje wijst ons naar een pad dat via de nodige traptreden snel omhoog brengt. Daarna volgt een minstens zo sterk stijgend parcours over een onverhard wandelpad. We worden ons bewust: het echte werk is begonnen! Nadat we nog wat verder zijn gestegen begint eindelijk het aangename, vlakke wandelpad, waarbij we bijna voortdurend uitzicht hebben op de grijsblauwe, vaak toch wat mistige Middellandse Zee. Via Colere komen we mede dankzij de goede markering uiteindelijk uit in Llança. Dit plaatsje zal in het hoogseizoen best aangenaam zijn om te verblijven, maar wij voelen ons er als bezoekers van een uitgestorven stad. Op enkele winkeltjes en restaurantjes na, ligt alles alweer te wachten op het volgende seizoen. Alleen een busvol bejaarde dametjes vraagt nadrukkelijk onze aandacht. Terwijl we wat broodjes willen kopen, richten de dametjes zich bij de bakkerij massaal op de gebakjes. Over keuzestress gesproken! We belsuiten eerst onze spullen te gaan pakken  en later nog terug te  komen.

 

Llança - Cadaqués

De etappe van Llance naar Cadaqués is 22 kilometer lang en valt in twee delen uiteen. Om even lekker in te lopen is het eerste deel mooi vlak. Het volgt de kustlijn over een ietwat geciviliseerd pad met natuurstenen. Hier en daar gaat het over in een houten bruggetje, om te voorkomen dat wandelaars anders al te zeer zouden moeten klimmen. We lopen dan ook nog steeds langs woningen waarvan de bewoners zich eenvoudig door hun omgeving kunnen bewegen. Bij El Port de la Selva is het gedaan met het vlakke kustpad. We drinken er wat en bereiden ons voor op de klim over het begin van de Cap de Creus. De klim blijkt echter goed te doen en al snel stijgen we van zeeniveau naar 200 meter. Het bergpad slingert daarna verder omhoog tot ongeveer 300 meter. Hier ben je echt in de natuur. De rest van de dag zien we alleen een enkele andere wandelaar. Sporen van leven (naast vegetatie) zijn hier niet veel. Dat het gebied bekend staat om zijn vele vogelsoorten, zoals de boekjes beweren, blijkt nergens uit. Hier en daar treffen we een ruïne van een voormalige woning aan. Maar het landschap zelf is zeker de moeite waard. Enkele kilometers voor Cadaqués begint een met keien geplaveid en ommuurd pad. Het slaat abrupt linksaf en leidt ons naar Cadaqués. Waar het standbeeld van Salvador Dali ons aan het strand verwelkomt. Het levendige Cadaqués is een verademing na het verlaten Llança.

Cadaqués - Roses

 

Vandaag staat weer een dag door de Cap de Creus op het programma. Het pad loopt hier zo'n 23 kilometer door de natuur. Wederom veel kronkelende paden en voortdurend (licht) klimmen en dalen. Opmerkelijk is vandaag het leisteen, dat links en rechts van ons gelaagde kunstwerkjes heeft opgeleverd. Bij de Cala Joncols dalen we af naar een inham in zee. We lopen een stuk over het strand en besluiten even te pauzeren. Een stuk of drie anderen doen hetzelfde. Achter ons is een vakantieoord alweer gesloten. Wanneer we even later het strand willen verlaten moeten we flink klimmen. Handen en voeten zijn nodig om het pad weer op te komen. Het moet niet stijler worden. Dan waren we bergbeklimmer geworden! Opnieuw veel natuur, maar plotseling begint de bebouwing al. Roses is dan ook een uitgestrekt gebied. We blijken nog zo'n 5 kilometer voor de boeg te hebben. Die we dankzij de cola met ijs goed doorkomen. Roses is wederom een aangenaam stadje. Naar verluidt is het ooit gesticht door de Grieken, die het vernoemd hebben naar het eiland Rhodes. We delen ons hotel met een klas Duitse middelbareschoolkinderen, zoals we die wel vaker hebben aangetroffen in dit jaargetijde in Zuid-Europa. Een goede gewoonte!

 

Roses - Sant Pere Pescador

En nu iets geheel anders. We laten het gebergte achter ons en lopen twee dagen door een moerassige vlakte. Regelmatig staan de velden aan weerszijden van ons er onder water. Terwijl het toch niet pas veel geregend heeft. Blijkbaar hoort het zo. Het kan zeewater zijn dat toegang tot het land heeft. In ieder geval trekt het natte gebied veel diersoorten aan. We zien hier wel verschillende vogelsoorten, waaronder een witte reiger en een groot aantal paarden die van natte voeten houden. Het landschap doet regelmatig behoorlijk Nederlands aan. Zij het dan dat de temperatuur aangenamer is en dat je in de verte bergen kunt zien liggen. Ook verraadt een irrigatiekanaal dat water geen vanzelfsprekendheid is. Bij het plaastje Castello d'Empuries passeren we eerst een wasplaats uit vroeger tijden. Deze is nog steeds goed onderhouden, maar zal in het huidige Miele-tijdperk niet meer worden gebruikt. Na een pauze daar vlakbij gaan we naar het informatiecentrum van het natuurgebied. We lunchen er en lopen vervolgens kilometers over een aangelegde vlonder tot we uiteindelijk weer bij het strand uitkomen.  Vandaar volgt een eentonig breed pad dwars door hoge begroeiing naar San Pere Pescador. Hier vinden we het we genoeg voor vandaag. Op een terras wachten we op de bus naar L'Escala. In de bushalte spreken we een Zweeds stel dat nog niet zo vaak lange wandelingen heeft gemaakt. Ze zijn op weg naar een fiestverhuur, want ze zijn het wandelen helemaal zat. Ze bleken hun hotels dan ook een beetje onzorgvuldig te hebben geboekt. Waardoor ze gisteren een tocht van 40 km moesten maken, grotendeels door de bergen. Het was al donker toen ze uiteindelijk aankwamen.

 

Sant Pere Pescador - L'Escala

 

Ook L'Escala is een aangenaam kustplaatsje. De sfeer wordt er gebracht door de typische bebouwing die hier, zoals meestal langs deze kust, prettig kleinschalig is gehouden. We hebben alle tijd voordat onze bus vertrekt naar het eindpunt van gisteren om da laatste 12 kilometer van de tocht af te leggen. Dat is goed te doen, mede omdat het pad breed en vlak is. Om ons heen bevinden zich maïs- en andere velden. De arbeiders liggen er te slapen wanneer we ze passeren. Siesta dus. We passeren wat later de oude stadsmuren van Sant Marts d'Empuries, maar dat blijkt niet de ruïne uit de Griekse- en Romeinse tijd te zijn. Die treffen we later aan, nadat we dichterbij de kust L'Escala alweer naderen. In 1992 kwam hier de Olympische vlam aan land, die vervolgens zijn tocht naar Barcelona voortzette. Vanwege de grootschaligheid van de voormalige stad vinden we het eigenlijk vreemd dat we er nog nooit van gehoord hebben. Te meer daar het grootste deel van de  stad nog onder de grond schijnt te liggen. Dat kan te maken hebben met de staat waarin de ruine zich bevindt. De meeste muren zijn niet hoger dan een meter. Heel anders dan bijvoorbeeld Pompei of Herculaneum, waar het leven van het ene op het andere moment door de lava werden ' bevroren'. 

 

De volgende dag lopen we door Girona. Geen opvallend grote plaats, maar je kunt er gerust een dag doorbrengen met het bezoek van bijzondere kerken, musea, straatjes, het grote rechthoekige pleinen en niet te vergeten de stadswal, die voor het grootste deel nog in tact is. Bovendien kun je er overheen wandelen, waarbij je voortdurend over de stad kunt uitkijken.